Noorse monsterfilm waarin de interessantste stukken aanzienlijk lang buiten beeld worden gelaten. Eerst moet dit nieuwe geheel van regisseursduo Pål Øie en Sjur Aarthun namelijk nog door de gebruikelijke genreclichés en de film neemt daar uitgebreid de tijd voor. Spijtig genoeg zijn het acteerwerk en de komische kant van een erg laag niveau, wat het toch vermoeiend maakt om hierdoorheen te komen. De computereffecten en de algemene visuele kant zijn gelukkig van hoog niveau, maar worden pas tot aan de volle toeren getoond in de finale. Eenmaal dat is aangebroken oogt die groots, maar ook zo weer voorbij. Liefhebbers van een groot zeemonster zullen het bovendien moeten doen met kleine monstertjes en af en toe een tentakel, want de volle glorie van dit wezen komt slechts enkele minuten in beeld. Zeker geen slechte film, maar wel eentje waar ik persoonlijk mijn aandacht regelmatig bij verloor.
Onzinnige film met een halfbakken moraaltje, al lijken veel hoofdpersonages zich toch echt zelf schuldig te maken aan de bekritiseerde kern. Regisseuse Emma Benestan profiteert van enthousiast acteerwerk en een aantal intense beelden, maar het duurt niettemin lang voordat Animale zichzelf mag bekronen tot horrorfilm. Eerst namelijk een hoop opbouw met veel drama en af en toe een griezelige koe die even door het raam komt staren. De natuuropnames van Frankrijk zien er fraai uit, maar worden zelden benut om de atmosfeer tastbaar in beeld te brengen. Toch wil het allemaal nog wel boeien, maar eenmaal de finale is aangebroken mag duidelijk zijn dat de makers eigenlijk geen flauw benul hadden hoe dit gepast zou moeten eindigen.
Vreemde film die natuurlijk flink te koop loopt met het materiaal waar het mee werkt. Minnie's Midnight Massacre werd onder handen genomen door regisseur Brett Bentman en dat schept beslist geen hoge verwachtingen. In principe wordt het hele Disney-gebeuren er ook met de haren bijgesleept en staat er in deze film een verhaaltje dat prima los had kunnen staan. Het is allemaal nog redelijk geacteerd, maar de balans tussen horror en komedie is flink onevenwichtig, de moorden zijn allesbehalve boeiend en de algemene look oogt erg goedkoop. Het is toch knap hoe je zo weinig aandacht kan besteden aan een film die zijn pulpkant zeker had kunnen omarmen. Helaas wordt er grotendeels gekozen voor een aanpak waarbij dit geheel zo snel mogelijk mee afgesloten kan worden en dat resulteert in een erg oninteressant gebeuren met een gebrek aan hoogtepunten.
Televisie-achtige thrillerfilm waarin de insteek iets te eenvoudig wordt weggegeven. Regisseur Peter Howitt bijt zich dan ook te opzichtig vast in clichés zoals de gekke oma, die ondertussen echt te herhaald zijn geworden om indruk mee te maken. Het aftastende, nerveuze acteerwerk van Nathalie Emmanuel is bovendien te bekend, waardoor ze op weinig empathisch vermogen vanuit de kijker hoeft te rekenen. Howitts visuele stijl is verder weinig opvallend, waardoor Confinement toch geen kale indruk kan ontsnappen. Een aantal montages zijn innemend, maar over de grote lijn vallen het camerawerk, het kleurgebruik evenals de cinematografie best tegen. Gelukkig wordt het tempo in de finale opgeschroefd, waarin een aantal gemene beelden en een degelijk einde nog wat leven in de brouwerij brengen.
De 4K-restoratie blijkt een lust voor het oog die dit iconische project van regisseur Katsuhiro Ôtomo optimaal tot leven wekt. Akira blijft een spectaculaire, grootse film die vooral de bizarre elementen omarmt en er weliswaar een lopend verhaal uit weet te stampen. Toch is het niet zozeer de inhoud die een film als deze op de markt zet, dat is namelijk het actierijke en bombastische tweede gedeelte dat zichzelf steeds blijft overtreffen. De personages zijn wat cartoonesk en op psychologisch vlak mist er links en rechts wat meer verklaring/rechtvaardiging voor het gedrag van Tetsuo, maar eenmaal het geluid en de beeldvoering dat overneemt is er als liefhebber weinig te klagen. Een absolute aanslag op de zintuigen is het zonder meer, maar juist dat laat Akira opvallen in het genre. Eigenlijk is dit zowat de enige anime die mij echt uitnodigt om het nog eens te zien.
Het langspeelfilmdebuut van regisseur Gavin Polone is een brute, maar weinig boeiende griezelervaring geworden. Een saaie detective verricht een saai onderzoek naar een nog saaiere moordenaar, die af en toe even iemand met veel grafisch geweld om het leven brengt. Een titel als Psycho Killer verraadt al snel dat creativiteit niet een van de pluspunten gaat vormen en het verloop brengt aan die stelling geen verandering. Het geheel blijft een redelijk bizar gebeuren waarin niks echt werkt of weet op te vallen, en James Preston Rogers slaat een redelijk belachelijk figuur die allesbehalve de indruk wekt van een intelligente killer. Het camerawerk is strak en de moorden zelf zijn bruut genoeg, maar verder brengt deze film weinig vernieuwing aan het desbetreffende genre.
Regisseur Jeff Wadlow heeft inmiddels al enige tijd ervaring binnen het filmvak, zonder dat veel van zijn resultaten ver boven het gemiddelde uitstijgen. The Devil's Mouth zal aan die stelling ook weinig veranderen, al kent de film voordeel aan de tropische locatie en de redelijk in beeld gebrachte onderwaterscènes. Het acteerwerk van de best noemenswaardige cast is spijtig genoeg ondermaats en veel spanning wordt er met deze haaien niet opgebouwd, onder andere omdat Wadlow te opzichtig gebruikmaakt van de computer. Verder is het een veel te lange duur en weinig imposante personages die deze niet al te memorabele zit compleet maken. Het vormt voor Wadlow in ieder geval een soort teken van gemakzucht dat dit soort genrewerk tegenwoordig uit zijn arsenaal moet komen.
Het nieuwste griezelproject van regisseur Steven Quale werkt dankzij een aardige, redelijk kosmische opbouw voor een lange tijd aanstekelijk. Het mysterie wordt niet meteen cadeau gedaan, terwijl het gevoel van dreiging aardig wordt neergezet binnen een interessante omgeving. Dan kan je het middelmatige acteerwerk en de bordkartonnen dialogen gemakkelijk vergeven, maar als Quale dan eenmaal onthult wat er aan de hand is, stort Black Box snel in. Een aantal saaie confrontaties met de tegenstander en een weinig memorabele finale maken de rechtvaardiging voor een gemiddeld cijfer vervolgens af.
Kijkers met arachnofobie zullen wellicht wat rillingen krijgen bij het zien van de kleine, computergegenereerde spinnetjes die over het eiland kruipen, maar deze komische horrorfilm zal menig liefhebber weinig angst aanjagen. Regisseur Christopher Smith laat in ieder geval zien dat ambitie niet langer meer tot zijn arsenaal toebehoort en komt met een zeer directe film aangezet waar hij amper zijn stempel op drukt. Een fijn, zonnig sfeertje en een aantal acteurs/actrices die zich met de volle overgave op hun verschijningen storten verzachten de pijn, maar het duurt tergend lang voordat de boel op stelten staat in Spider Island. In de verte vormt dit geheel een kritiek op kapitalisme en hebzucht, maar die raken ondergesneeuwd vanwege de redelijk belachelijke vertelling en de weinig treffende humor.
Redelijk concept dat uiteraard is overgenomen van de bekende tekenfilm, ook al neemt regisseur Brett Bentman slechts sporadisch wat passende ideeën en kostuums over. Devanny Pinn in een Jasmine-achtige verschijning is natuurlijk geen toeval, maar eigenlijk wordt er primair gekopieerd wat goed in een horrorkader past. In dat opzicht is de titel grote oplichterij, maar weet Bentman het allemaal wel vermakelijk te brengen. Zeker het huis is opvallend sfeervol, ondanks het gebrek aan aangegrepen kansen. Acteerwerk is verder van het laagste niveau, net als de effecten, maar dankzij een aantal onvoorspelbare plotinsteken weet het niet heel onaardig weg te kijken. Dit soort projecten zijn erger geweest.
De nieuwste horrorfilm van regisseur Darren Lynn Bousman profiteert van uitstekend acteerwerk en een aantal intense montagetechnieken, evenals een aardig gevonden afloop. Spijtig is dat Twisted altijd een nogal serieuze toon blijft aanhouden, waardoor een aanzienlijk gedeelte van de vergezochte inhoud in het water valt. Pas naar het einde toe beginnen de eerste (belachelijke) ideeën te werken, maar tegen die tijd is bijna de volledige film om. Gelukkig acteren zowel Djimon Hounsou als Lauren LaVera zeer verdienstelijk en weet Bousman een zekere mate van kwaliteit achter de knoppen te brengen, maar de eerste helft is oninteressant en gevoelsmatig duurt het allemaal veel te lang. Liefhebbers van keiharde medische horror komen echter ruimschoots aan hun trekken.
Regisseur Michael Rock heeft dit duidelijk met veel plezier in elkaar gezet, helaas ontbreekt de overgave. I Hate Found Footage legt een interessante combinatie op tussen Muppets-achtige personages en een FF-aspect, maar vergeet dit op een spannende, komische of vernieuwende manier te brengen. Eigenlijk wekt Rock vooral de indruk van eenvoud, waarin twee popjes gedurende een halfuur vooral tegen zichzelf aan het praten zijn en dat als een soort humor moeten verkopen. De praktische effecten ogen goedkoop en het acteerwerk van de menselijke tegenspelers is ondermaats, maar de aparte opzet weet nog enigszins te boeien. Dat en een erg beknopte duur zijn helaas de enige positieve punten.
Vier excentrieke jongedames bevinden zich in een mysterieuze wereld die zich nergens echt prijsgeeft, maar regisseuse Meredith Alloway onderneemt een boel moeite om dat tevergeefs interessant in beeld te krijgen. Alles aan deze omgeving voelt geforceerd en onoprecht aan, alsof de makers meer bezig waren met het reconstrueren van vervreemdende dialogen en quirky regeltjes dan met een stabiel concept. Horrorliefhebbers zullen van alle doelgroepen het meest teleurgesteld weglopen, aangezien buiten een aantal losse verwijzingen naar hekserij het bijna 85 minuten duurt voordat er op dit vlak iets aan de hand is. Over de grote lijn wordt er overtuigend geacteerd en de finale is behoorlijk bloederig, maar Alloway slaagt er niet in zich af te zetten van de goedkope indruk en haalt mede daardoor niet het gepoogde succes.
Pulpfilm met een kansloze inhoud die nergens over gaat. Betty's Revenge volgt de trend waarin er een iconisch cartoonfiguurtje wordt neergezet in een griezelwereld en met Betty Boop hebben de makers genoeg maatschappijkritische kansen. Alhoewel de pogingen om die kansen vervolgens aan te grijpen er zeker zijn, gaat deze film ten onder aan een boel onzinnige, theatrale acties die ver van de werkelijkheid zijn verwijderd. Zeker Hannah Fierman mag zichzelf wel even over het hoofd krabben waarom deze rol nu zo'n goed idee was, met kansloze teksten en handelingen die haar tragische achtergrond vertroebelen door zich te gedragen als een losgeslagen idioot. Op visueel vlak af en toe een kleurrijk moment en jonge castleden die oprechte pogingen lijken te wagen om er wat van te maken, maar de goedkope moordpartijen, de lelijke aankleding en het saaie verhaal gooien roet in het eten.
Stevige miskleun van regisseur Nicolas Winding Refn, die met Her Private Hell overtuigend bezweken lijkt te zijn aan eigen arrogantie. Een totaal onlogisch, rommelig product waarin veel verschillende invloeden worden gebruikt die vervolgens geen moment bij elkaar komen en met eindeloze dialogen evenals monologen die nergens over gaan. Refn zijn doorgedreven pogingen om alle personages zo excentriek mogelijk neer te zetten pakken rampzalig uit, met heel veel noemenswaardige namen die simpelweg niet op kunnen tegen de stortvloed aan onzinnige, theatrale aanwijzingen die ze toebedeeld krijgen. Zoals je kan verwachten van Refn ziet de omgeving er op visueel vlak kleurrijk en doordacht uit, maar toch wordt er qua licht en geluid stevig misgegrepen. Actiescènes worden dermate donker belicht dat ze niet te volgen zijn en de verwoede intenties om deze wereld zo uniek mogelijk te maken zijn geforceerd. Sophie Thatcher doet haar best om er nog wat van te maken, maar moet het doen met kansloos materiaal. Kristine Froseth levert zelfs haar slechtste acteerprestatie tot nu toe af en doet zich er beter aan volgende projecten van Refn totaal te mijden.
Schattige, vermakelijke horrorslasher die uiteindelijk te veel bezig is om een homage aan de jaren '80 te zijn. Het is onduidelijk of regisseur Justin M. Seaman dit doet vanwege budgettaire beperkingen of oprechte passie, maar de eindresultaten zijn wisselvallig. Zo werken de praktische, grafische moorden uitstekend en breekt het Halloween-sfeertje goed door, maar blijft de letterlijke aankleding van de griezels zeer goedkoop en het acteerwerk ambitieloos. The Barn duurt gelukkig nergens een minuut te lang en blijft altijd wel boeien, maar buiten de gedreven horrorliefhebbers zal er geen groot publiek mee worden bereikt.
Alhoewel Leviticus vooraf is overladen met positieve berichten, valt het eindresultaat flink tegen. Regisseur Adrian Chiarella belicht een onderwerp waar in bepaalde mate zeker aandacht naartoe mag gaan, maar werkt dit slordig en incompleet uit. Het geheel kent op die manier een scenario dat profiteert van een typerende plattelandssfeer en een dromerige uitwerking, maar ook eentje waar willekeurig in geknipt lijkt te zijn. Bepaalde insteken lijken compleet te ontbreken en vooral de afloop moet daaronder lijden. Chiarella wekt primair de indruk dat hij niet lijkt te weten hoe een film als Leviticus moet eindigen, en laat de credits daarom maar abrupt over het scherm rollen. Het acteerwerk van Stacy Clausen en voornamelijk Joe Bird is zeer overtuigend en het laatste halfuur kent een aantal spannende, intense momenten, maar het geheel schiet daarbuiten eigenlijk op alle griezelvlakken net te kort om een blijvende indruk te maken. Grafischer geweld, een snellere vaart en vooral een vollediger plot hadden een film als Leviticus kunnen laten opstijgen, maar zo ver komt het helaas niet.
Een verhaal van schrijver Edgar Allan Poe op het grote witte doek neerzetten is lastig, zeker als zijn verhalen een overdaad aan beschrijvende teksten bevatten. De durf van regisseur Gregori J. Martin mag dus zeker benoemd worden om toch een poging te wagen, maar het eindresultaat is erbarmelijk op bijna alle fronten. The Raven is een goedkoop ogend brolwerkje geworden, met twee schmierende hoofdpersonages die tevergeefs en hopeloos de balans proberen te vinden tussen de waardeloze dialogen en de overdaad aan ongeloofwaardige emoties. De keuze van Martin om deze onzin verder eindeloos lang te blijven rekken (het dunne verhaal omtrent niet veel meer dan een man die in zijn eigen huis rouwt om zijn verloren liefde) is merkwaardig te noemen, omdat je toch als kijker zit opgescheept met een overacterend hoofdpersonage dat in iedere scène last van een snotneus lijkt te hebben. De inhoud slaat geregeld echt als een tang op een varken, maar wellicht dat de liefhebbers van Poe er wat mee kunnen, al neem ik dat sterk in twijfel.
Verrassende, apocalyptische film van regisseur Ridley Scott. Een naam die de laatste jaren weinig noemenswaardige projecten heeft afgeleverd en primair de indruk lijkt te wekken het kwijt te zijn, maar The Dog Stars profiteert wellicht van die bijgestelde verwachtingen. Scott toont een langzaam opbouwende, maar intrigerende wereld die niet meteen prijsgeeft wat er nu precies aan de hand is. Lang hoef je er ook niet bij stil te staan, want dan stort de logica van The Dog Stars als een kaartenhuis in elkaar. Dit geheel kent gelukkig verder het voordeel van sterk acteerwerk, voldoende gebeurtenissen en een prettig avontuurlijk tweede uur dat nergens verveelt. Scotts korte excursies naar horrorinvloeden zijn indrukwekkend en de film oogt op alle fronten groots genoeg, maar heeft inderdaad in het eerste uur te weinig om handen om zichzelf te ontstijgen.
Authentieke, visueel aantrekkelijke horrorfilm met goed acteerwerk. In principe zijn alle insteken die een griezelfilm compleet moeten maken aanwezig in Marama, behalve dat de inhoud zelf niet echt blijft hangen. Regisseur Toa Stappard lijkt zeker te hebben doordacht waar de richting van deze film moet liggen, maar weet dat vervolgens niet erg boeiend in beeld te brengen. De buitenlocaties zien er bovendien sfeerloos en willekeurig uit, waardoor je als kijker toch vooral afwacht wanneer de personages zich weer binnen het grote huis bevinden. Uiteindelijk kon ik me vooral niet bekommeren om de voortgang van Ariaana Osborne en haar tragiek, met een langzaam uitgewerkt en weinig intrigerend mysterie dat centraal staat. De ontknoping is daarnaast teleurstellend.
Zeer teleurstellend laatste hoofdstuk van een algemeen matige reeks, waarin regisseur Stephen Cognetti zich inmiddels volledig heeft laten gaan in allerlei oninteressante zijwegen en overige bombarie. Lineage verschilt van de overige deelnemers omdat het found footage-perspectief (maar ja, alle beelden zijn nu wel gevonden mag ik hopen) volledig wordt losgelaten en ingewisseld voor een reguliere opmaak. Cognetti blijft zich daarbinnen eeuwig en altijd inzetten op de dreiging rondom die clownmannequin, zonder dat deze verschijning ergens maar een beetje spannend voor de dag komt. Net als de voorganger verder veel verhaal en een aardig neergezette omgeving (Halloween blijft een fijn tijdperk), maar na een gemengd vermakelijk eerste uur moet alles het veld ruimen voor een halfbakken exorcismeverhaaltje dat als de grote finale moet dienen. Veel te veel gezever over een wereld die niet zo veel om handen heeft en eigenlijk beter bij het eerste deel had kunnen blijven.
Mexicaanse horrorthriller met een intrigerende omgeving, maar niet genoeg visuele overgave en vooral een te plat verhaal. Veel meer dan onze protagonist die door een sfeerloos opgemaakte omgeving loopt en af en toe een bedreiging tegenkomt, is Tormento dan ook niet. Toch weet regisseur Olallo Rubio een redelijk boeiend schouwspel voor de camera te dirigeren, met een aantal noemenswaardige confrontaties en een mysterieus plot. Als dan eenmaal duidelijk wordt dat dit geheel eigenlijk weinig te melden heeft, stort de film in elkaar. De korte speelduur helpt aanzienlijk, maar niet genoeg voor een voldoende.
Het talent van het Italiaanse regisseurstrio Alessandro Antonaci, Daniel Lascar en Stefano Mandalà is onmiskenbaar, maar hun volgende project The Grieving vormt te opzichtig leentjebuur bij Insidious. De scherpe vormgeving wordt soms bijna vlekkeloos overgenomen, alleen dan zonder de timing, de klakband en de overgave van James Wan. Dat neemt niet weg dat het er allemaal sfeervol en intrigerend genoeg uitziet, gecombineerd met een aantal spannend opgebouwde scènes en een boeiende finale. Het acteerwerk is niet al te bijzonder en de aanloop is te lang, maar het vermaakt allemaal degelijk. Horrorliefhebbers vinden hier weinig nieuws mee onder de zon, maar er zijn veel slechtere kandidaten binnen deze wereld.
Jammer dat dit de volgende stap in de loopbaan van regisseur Alex Noyer moet vormen, die best veelbelovend aan zijn langspeelfilmdebuut begon een aantal jaar terug. Love is the Monster ziet er visueel scherp en doordacht uit, maar laat zich te veel gaan in weirdness tot aan het geforceerde toe. De hint is verder ook niet al te subtiel, want vanaf de eerste paar minuten windt Noyer er weinig doekjes om en toont dat het allemaal niet pluis is op dat Finse eiland. Het algemene acteerwerk van de protagonisten is aardig, maar de cultleiders maken zich overtuigend schuldig aan overacting en de finale hangt als los zand aan elkaar. Veel expliciete smerigheden en seksmomenten, maar een weinig coherent geheel dat vooral profiteert van de vormgeving en weinig andere insteken.
Een half afgemaakt, totaal belachelijk scenario dat waarschijnlijk geen tweede keer is bekeken en gewoon op het doek wordt neergezet. Don't Hang Up zet echt een verbijsterende filmoefening neer over hoe vaak personages van de werkelijkheid weg kunnen kijken. Verder is het vooral opvallend hoe de makers dachten dat dit concept daadwerkelijk effectief zou kunnen zijn met dit verhaal, want de boel filmen zou het laatste zijn waar ik in deze omgeving mee bezig ben. Heel af en toe zet regisseur Alex Herron een aardige sfeer neer door lang stil te staan bij de donkere hoekjes en onheilspellende geluiden van het huis, maar de pay-offs en algemene bedreigingen maken zo'n opbouw snel ongedaan. Brolwerk van de hoogste plank.
Regisseur Kevin Lewis heeft ervaring binnen de wat grotere producties en van zijn projecten mag je dan ook wel een basiskwaliteit verwachten, maar Pig Hill laat het vooral liggen op inhoudelijk vlak. Normaal is er binnen dit soort films nooit een heel groot probleem dat er wat logica overboord gaat, maar aangezien dit geheel zich zo nadrukkelijk wil bewijzen met het verhaal is dat wel schrijnend. Lewis probeert de kijker hier en daar af te leiden door middel van grafisch geweld en brute momenten, maar kan uiteindelijk niet verbloemen dat de insteek nergens op slaat en beslist niet kan profiteren van de matige hoofdrol van Rainey Qualley. Shane West en Shiloh Fernandez doen het gelukkig wat beter, maar kunnen dit geheel ook niet redden van de overheersende matigheid.
Potsierlijke B-horrorfilm waarin de boze geest zijn prooi bespiedt terwijl hij zich achter bomen verstopt. Regisseur Joseph Mazzaferro lijkt zijn eigen scenario, dat vol met overbodige momenten zit, totaal niet te hebben nagekeken. Een verhaaltje dat essentieel een soort combinatie vormt tussen The Bye Bye Man en Talk to Me en de verfrissende keuze maakt om het zij-geloven-mij-niet-aspect achterwege te laten, maar daar ook de meeste positieve punten mee neerzet. Erbarmelijk geacteerd, visueel ziet het er bijzonder kaal uit en het magere plot snijdt verder ook geen hout. Typerend werkje dat er vooraf interessanter uitziet dan dat het daadwerkelijk is. Liefhebbers zullen er wellicht nog wel wat onbedoelde humor uit kunnen halen.
De loopbaan van de Franse regisseur Jean-François Richet blijft een apart gevalletje, aangezien het weggeeft dat hij er comfortabel mee is geworden om minder ambitieuze dingen op het scherm te zetten. Mutiny is op die manier een zeer typerend werkje voor een naam als Jason Statham, met een beperkte locatie, flink wat mensen om in elkaar te rammen en een hoofdpersonage dat heel erg lijkt op het overige materiaal waar Statham tegenwoordig mee komt. Toch zijn de actiescènes lekker vlot in elkaar gezet en niet bang om flink uit te halen qua grafisch geweld, waardoor Richet uit weet te pakken met een strakke finale en genoeg gebeurtenissen. Verhaaltje is verder flinterdun en buiten Statham om is het acteerwerk niet bepaald sterk, maar als je weet wat je kunt verwachten is dit degelijk genrewerk.
Zeer rommelige vampierenfilm met een duidelijk geknipt/onafgemaakt scenario, maar de kwaliteiten van regisseur Ryan Prows zitten op de juiste plaats. Hij profiteert allereerst van een uitstekende cast, met sterke rollen van zowel Justin Long als RJ Cyler. Niet alles komt er even overtuigend uit, maar met deze stijve, theatrale dialogen komen ze toch een heel eind. De grafische effecten zijn bovendien dankzij uitstekende beeldvoering en aantrekkelijk kleurgebruik erg sterk en zorgen voor een aantal brute momenten, die toch een beetje verbloemen dat het verhaal totaal ontspoort in de tweede helft. De grootschalige escalatie voelt bijvoorbeeld onbedoeld kleinschalig aan en het experimenteren met diverse montagetrucjes pakt amateuristisch uit, maar toch blijft Night Patrol altijd boeien en laat zien dat Prows zeker wat in zijn mars heeft. Onduidelijk is alleen waarom de onthulling zo laat wordt gedaan, je moet door zeker drie kwartier aan opbouw komen voordat de film zich ontpopt tot een horrorgebeuren.
In de wereld van Glamping duurt het erg lang voordat de film zichzelf mag bekronen tot een volwaardige horrorfilm (en eenmaal dat is ingetreden is dat ook zo weer over), maar regisseuse Niki Koss mag zich gelukkig prijzen met zo'n goede cast. De jonge acteurs/actrices zitten vast in karikatuur wanneer het op scenario aankomt, maar de satirische toon rechtvaardigt dat enigszins. Het ziet er op visueel vlak bovendien best sfeervol uit en de onderlinge escalatie blijft lang boeiend. Eenmaal de killer dan naar buiten komt zakt de film in elkaar en herpakt zich niet met een half uitgedachte wending, maar ik moet bekennen dat de korte speelduur en de overdreven personages me toch naar het scherm hebben getrokken. Een beter scenario, brutere moorden en ietwat geloofwaardigere personages (het is een wonder hoe deze mensen ermee instemmen om met elkaar op vakantie te gaan) hadden echter wonderen kunnen verrichten.
Regisseuse Natalie Erika James herpakt zich na een slechte voorganger weer met iets eigenzinnigers. Saccharine exploiteert soms iets te vaak een factor van grossness, maar kan zich vasthouden aan het feit dat het uniek aanvoelt. Midori Francis speelt een uitstekende hoofdrol en voor enige tijd heeft James de balans tussen spookhuishorror en psychologische horror goed in handen, maar de intrige is er na enige tijd wel af. Een speelduur van 109 minuten is ook simpelweg te lang voor een film die uiteindelijk weinig vernieuwende dingen te vertellen heeft en gaat dan gevoelsmatig slepen, daarnaast is de ultieme bedreiging niet bepaald beangstigend. Gelukkig vormen de intense montage, het innemende acteerwerk en de doordachte cinematografie genoeg factoren om als horrorliefhebber blij van te worden.
Deze deelnemer binnen de Poohniverse vormt spijtig genoeg één van de zwakkere kandidaten, al moet het opboksen tegen concurrentie die inmiddels de pulpkant van het idee volledig heeft omarmd. Bambi: The Reckoning is vele malen serieuzer, wat een slechte keuze blijkt als je de personages het letterlijk laat opnemen tegen een geanimeerd hert dat auto's omver beukt. Regisseur Dan Allen lijkt het zelf ook niet helemaal te weten wanneer hij zijn pulpverhaaltje uit de doeken doet en weet primair geen grip te krijgen op de belichting. Het ziet er allemaal veel te donker en onoverzichtelijk uit, waardoor een aanzienlijk gedeelte van de sfeerzetting in het water valt. De moorden zijn gelukkig best grafisch en uitgesponnen, maar de overige films in dit universum zijn toch beduidend sterker en gaan dit soort slecht geanimeerde effecten liever uit de weg.
Regisseur Harry Sparks doet een poging om mogelijk het slechtst gemaakte werk ooit af te leveren in de horrorwereld, want dat is wel waar een film als Scissors naar solliciteert. Het is allemaal ook niet veel meer dan een halfbakken verhaaltje met ellenlange scènes waarin een goedkoop opgemaakte clown langzaam op zijn prooi afkomt. Zelfs een speelduur van slechts 62 minuten voelt eindeloos uitgerekt aan binnen deze wereld, waarin Sparks zelf overigens ook amper lijkt te weten wat hij er precies mee moet doen. Achter de camera's zal het productieteam vast veel plezier hebben gehad met het casten van letterlijke pornoactrices, maar over veel acteertalent beschikken ze niet en hetzelfde kan worden gezegd over diens collega's. Op het vlak van montage, camerawerk, visuele aankleding en regie echt een dramatisch resultaat dat wonderbaarlijk genoeg een tweede deel gaat krijgen.
Regisseur Jason Winn doet een poging om op het financiële succes van Tarot mee te liften via Tubi. In de essentie verschilt deze goedkopere variant ook niet veel van het eerstgenoemde voorbeeld, want het verhaal is min of meer hetzelfde. Winn pakt bepaalde zaken echter wat gedurfder aan, want de personages sterven iets minder nadrukkelijk op een PG-13-manier en zijn de moorden meer uitgesponnen. De cinematografie ziet er echter beduidend goedkoper uit en over de grote lijn wordt er niet geweldig geacteerd, al doen de jonge castleden nog hun best met het redelijk beperkte materiaal dat ze zijn toebedeeld. Het vermaakt allemaal erg aardig en het duurt nergens te lang, maar zet dit naast het directe bronmateriaal (zo kan je het wel noemen als de titel evenals de inhoud bijna exact worden overgenomen) en Tarot Curse verbleekt.
De weinig indrukwekkende loopbaan van regisseur Will Wernick krijgt geen duwtje in de rug met Time of Death, dat vooral kenmerkt dat hij niet beschikt over de kwaliteiten om dit soort genrecombinaties tot een goed einde te brengen. Zijn nieuwste film vormt een wisselwerking tussen een mysteriefilm en een thrillergebeuren, met af en toe een griezeltoets om mogelijk naar zijn oudere films te verwijzen. Time of Death is in de essentie vooral een redelijk saai gebeuren waarin de onthullingen steeds wel erg ongeloofwaardig uit de doeken worden gedaan. Michael Kelly die bijvoorbeeld bepaalde bewijzen in een kastje vindt op het kantoor van schurk Kevin Pollak, je voelt op dat soort momenten meteen dat het scenario is afgeraffeld. Acteerwerk is verder aardig en af en toe wordt er een leuk sfeertje opgeroepen, maar het merendeel van dit geheel is vooral oninteressant en eenvoudig.
Voorspelbaar slecht jatwerk dat een beetje profiteert van jonge castleden die een oprechte poging doen om hun passie te laten zien, maar ze worden flink tegengehouden door regisseur Jason Hawkins en zijn gebrek aan vernieuwende drang. Vooral de bedreigingen zien er slecht uit. In plaats van ondermaatse CGI in Ouija: A New Beginning gewoon wat kinderen met grijze opmaak die als geest moeten doorgaan. Ook het algemene acteerwerk van de volwassenen (primair Elissa Dowling was niet om aan te zien) en het onthutsend slechte visuele aspect maken hier geen memorabel brouwsel van. Nu kan je dat ook wel verwachten van een film met Ouija in de titel, maar soms is de inspiratie op.
Al heeft dat er alles mee te maken dat de makers gewoon betere kortfilmpjes hebben gevonden om in het geheel te verwerken. Vrijwel alles in The Red Book Ritual: Gates of Hell bestond namelijk al, maar voor die regisseurs zou het vast fijn zijn geweest dat hun werk wordt gepromoot via een semi-bekend idee. Het levert in ieder geval een beter hoofdstuk op dan het eerste deel.
Gates of Hell (1,0*). Maar wat dan vanuit de producenten zelf komt, is erg pover uitgewerkt. Een wraparound-segment dat amper aansluit (zeg maar helemaal niet) op de bijgezochte filmpjes. Slechte effecten en nog slechter acteerwerk zetten vroeg de toon, bovendien is dit niet veel meer dan een herhaling van een concept dat al eens eerder is uitgewerkt. De afloop is redelijk, maar alles daarvoor is niet te verteren.
Otherkin (3,5*). Erg sfeervol kort werkje met een aardig idee en een handjevol aan lekker creepy momenten. De castleden zijn opvallend herkenbaar (Georgina Campbell heeft de bioscopen regelmatig gehaald) en de aankleding ziet er sfeervol en doordacht uit. Een beetje jammer dat er wat context mist, maar het is allemaal beklijvend genoeg om niet meteen van je netvlies te verdwijnen.
Tranvia (3,0*). Niet veel meer dan een half uitgewerkt idee en flink wat speciale effecten om dat op te leuken, maar de makers doen dat wel op een sfeervolle manier. Goedkoop, maar toch charmant in elkaar gezet met flink wat gebeurtenissen in zeer korte tijd. Erdoorheen krijg je als kijker een soort van mee wat er precies aan de hand is, maar dat blijft spijtig genoeg onderbelicht en halfbakken.
Midnight Delivery (2,0*). Zonder twijfel het minste segment van de kortfilmpjes. Een ietwat eenvoudig concept met slechte belichting, waardoor het flink wat aan sfeer moet inboeten. De ultieme bedreiging ziet er ook niet bepaald beangstigend uit, maar om dat te zijn moet je natuurlijk ook wat beter in beeld worden gebracht. De primaire actrice doet het nog aardig, maar kan niet op tegen de visuele onkunde.
#Nofilter (3,5*). Dezelfde regisseur van het zwakste segment levert ook meteen één van de betere segmenten af. #Nofilter grossiert vooral in een overgave aan visuele trucages. Tollende camera's, felle kleurtjes en overmatige filtertjes spatten van het scherm. Daarbinnen blijft de inhoud wat magertjes en het acteerwerk is niet van het soort om over naar huis te schrijven, maar het vermaakt zeer aanstekelijk en wekt prominent de indruk dat het productieproces een groot feest was.
Mystery Box (2,5*). Toch een hoofdstuk dat niet de volledige potentie benut. Een aardig idee (al is het wat onhandig gekozen samen met Midnight Delivery) met een sfeervolle omgeving, maar het zwakke acteerwerk en het half uitgewerkte einde gooien roet in het eten. Eigenlijk wekt dit segment de indruk dat de makers zelf ook niet helemaal wisten hoe dit moest eindigen en vooral niet genoeg tijd hadden om daar goed over na te denken. Desondanks kundig op het gebied van make-up en speciale effecten.
Het gemiddelde cijfer komt terecht op een 2,58*, naar beneden afgerond. Het is een stuk beter dan het onthutsend matige eerste deel, maar dat heeft er eerder mee te maken dat de makers beter hebben gejat van andere namen dan dat ze zelf nu veel verbetering hebben getoond.
Goedkoop, maar charmant werkje dat laat zien dat lage budgetten echt wel kunnen worden gecompenseerd met leuke ideeën, hoge snelheden en veel humor. Regisseur William Bagley is af en toe te enthousiast wanneer het aankomt op speciale effecten en de soms infantiele humor past niet overal even goed, maar Hold the Fort heeft weinig tijd nodig om uit de startblokken te schieten. Veel sterk aangezette, maar aanstekelijk geacteerde personages die zich in noodvaart bevinden tegenover creatief bedachte dreigingen. Soms wat te eenvoudig, maar over de grote lijn amusant en luchtig uitgewerkt. Dit soort dingetjes gaan er eens in de zoveel tijd goed in, Bagley heeft wat mij betreft meer centjes verdiend voor zijn volgende werk.
Een film die spijtig genoeg beter is in inleiden dan in escaleren. Regisseuse Mia Kate Russell bouwt de spanning namelijk wel degelijk op, ondanks het overmatige gebruik van karikaturale, overacterende personages. Verschijningen zoals Ben O'Toole en Sophia Wright-Mendelsohn zijn niet bepaald de meest geloofwaardig neergezette mensen en met die twee is het natuurlijk wel logisch dat de poppen na enige tijd aan het dansen zijn. Eenmaal de grens is bereikt wendt Russell zich tot grafisch geweld, maar van enige vorm van spanning, dreiging of sfeer is geen sprake. Qua acteerwerk is het allemaal ook wat magertjes en de afloop laat zich raden, maar het vermaakt als nietszeggend genrewerkje redelijk.
De opbouw van deze Australische genrefilm is zo slecht nog niet. Regisseur Jon Bell zet een aardig idee neer en profiteert van de energieke, sterke hoofdrol van Shari Sebbens. Het levert een film op die een iets te bekend gegeven hanteert, maar toch mysterieus en bij vlagen sfeervol genoeg te werk gaat om niet te vervelen. The Moogai heeft namelijk alles om meteen te worden neergesabeld vanuit de doorgewinterde horrorliefhebber, maar Bell laat het intrigerend en luidruchtig genoeg voor de dag komen dankzij de enthousiast neergezette hoofdrollen. Naar de finale toe is de schijn er echter vanaf en hangt de opvolgende showdown als los zand aan elkaar, waar zelfs de beste acteurs en/of actrices van de wereld niet tegenop kunnen. Het had allemaal ook wel wat spannender gemogen, maar vervelen doet The Moogai nergens.
De wisselwerking tussen dramatiek en horrorfilm is inderdaad wat voorspelbaar en het is jammer dat zoveel films binnen dat genre deze tour opgaan, maar regisseuse Angela Gulner omringt zich binnen The Beldham met een aantal uitstekende acteurs en actrices. Zeker Katie Parker en Patricia Heaton doen het sterk binnen verschijningen die niet makkelijk zijn, al worden ze enigszins in de steek gelaten door de weinig sfeervolle regie van Gulner. De spaarzame schrikmomenten ogen geforceerd en het kleurgebruik evenals het camerawerk zijn niet opvallend genoeg, maar het onderliggende concept is aardig gevonden en de insteek is toch nog verrassend. Zeker niet het slechtste binnen dit soort type films, maar aan de andere kant ook niet noemenswaardig genoeg.
Regisseursduo David Joseph Craig en Brian Crano gaat aan de haal met het concept waarbij Amerikanen zich in Europa bevinden en tegen de gebruikelijke taalbarrières aanlopen. Een slecht excuus om eens lekker met zijn allen naar de Italiaanse landschappen af te reizen zonder dat de kijker hier een goedlopend scenario en bijbehorende elementen voor terugkrijgt. Het acteerwerk van Nick Kroll, Andrew Rannells en de overige Italiaanse leden is goed, maar eenmaal wordt onthuld waar het geheel heen wil gaan zit je opgescheept met middelmatige humor en een plotinsteek die veel te lang wordt uitgerekt. Op alle vlakken eigenlijk te onopvallend voor een horrorfilm en ik betwijfel of liefhebbers van een goede lach zich ook met deze film zullen vermaken.
De insteek van dit nieuwe internationale horrorproject vanuit regisseur Steffen Haars is prettig, maar de uitwerking laat op een hoop vlakken sterk te wensen over. Get Away moet het hebben van de algemene weirdness, waarbij je een typerend gezin hebt dat te maken krijgt met excentrieke dorpelingen. Haars doet zich er goed aan om zich te omsingelen met namen zoals Nick Frost en Aisling Bea (beide op het vlak van komedie geen onbekende verschijningen), maar de komische toonzetting evenals het gegruwel komen beide niet van de grond. De combinatie tussen de redelijk troosteloze en grimmige omgeving gaat namelijk niet zo samen met de quirky humor die hier wordt nagestreefd. De wending is best lollig, maar de finale laat toch qua bloedvergieten erg te wensen over en beloont beslist niet het geduld dat de kijker moet tonen tijdens het eerste uur.
Romantische komedie die het vooral moet hebben van de hoofdrol van Melissa Barrera, die toch bijna de enige factor vormt die dit weinig imponerende werkje boven water houdt. Ze slaagt er wonderbaarlijk genoeg bijna in, voordat regisseuse Caroline Lindy prominent laat zien dat Your Monster weinig om handen heeft. De make-up van het monster, de sfeerzetting en vooral de humor zijn beneden alle peil, erg originele vondsten wil het idee verder ook niet neerzetten. Voor de beperkte psychologie die er dan uitkomt is het onrechtvaardig om de speelduur dan op te rekken naar 103 minuten. Goed geacteerd en Barrera deelt een aardige chemie met Tommy Dewey, maar aan Your Monster wordt weinig gemist.
De titel staat er alleen maar om op het succes mee te liften van de befaamde glamourreeks, want liefhebbers van slashers en griezelwerk hoeven zich hier niet door te laten foppen. Lethally Blonde is vooral een werkje voor televisie, met uitgebreide passages van dramatiek en innerlijke strijd, voordat we af en toe een stukje krijgen waar iemand om zeep wordt geholpen. Regisseur Dylan Vox slaagt er primair niet in om ergens mee op te vallen, buiten dat hij het voor elkaar krijgt om zijn castleden redelijk te laten acteren. Het kijkt allemaal prima weg en duurt nergens te lang, maar de weinig imponerende visuele opmaak en het nietszeggende verhaaltje rechtvaardigen geen lange duur op je netvlies.
Alternatieve titel: Les Linceuls, 1 september, 11:50 uur
Bijna ongelooflijk dat regisseur David Cronenberg na zoveel klassiekers te hebben gemaakt nu met dit soort ondingen aan komt zetten. The Shrouds moet toch echt tot zijn saaiste, minst memorabele werk toebehoren. Eindeloos geratel over oninteressante onderwerpen zoals hoe Vincent Cassel (in één van zijn slechtste rollen tot nu toe, lijkt echt in elke scène te moeten vechten tegen zijn eigen accent) het verlies van zijn vrouw moet zien te verwerken. In de verste verte zitten er nog originele vondsten tussen, maar de oersaaie visuele opmaak en het infantiele, belabberde niveau van de dialogen (maar dan ook echt het niveau van "I just drank some wine, let's have sex") geven weer dat Cronenberg misschien zijn beste tijden heeft gehad. Een totale ontgoocheling, hopelijk is dit niet de voetnoot waar hij zijn loopbaan mee beëindigt.
Regisseursduo Jeff Kirkendall en Mark Polonia waagt zich aan een Halloweenfilm, maar de uitwerking is zoals je kunt verwachten vanuit dit duo. Fijn dat de makers alle effecten zo praktisch mogelijk hebben gehouden, maar het acteerwerk, het tempo en vooral de visuele opmaak zijn uiteraard beneden alle peil. Castleden moeten doen alsof ze heel bang zijn voor slepende takken en om alles te verklaren wordt er een brolverhaaltje in verwerkt dat nergens weet te overtuigen. Niet het slechtste waar deze namen mee zijn gekomen (dat zegt nogal wat), maar ook niet bepaald het materiaal waar je speciaal naar hoeft te zoeken.
Boeiende genrecombinatie die beter als donkere komedie werkt dan dat het als thriller, horror of mysterie werkt. Regisseur James Ashcroft laat zich binnen The Rule of Jenny Pen niet meteen in de kaarten kijken, maar de uiteindelijke afloop is toch wat simpel. Gevoelsmatig wordt er de hele film lang naar een soort bizarre wending gehint die er nooit komt, enkel een doorlopende escalatie van de verhouding tussen Geoffrey Rush en John Lithgow. Die twee doen het overigens wel magistraal en de gelikte visuele invulling van Ashcroft tilt het niveau nog wat verder, maar als er dan enige vorm van spanning doorheen moet breken oogt het toch wat gebrekkig. Het einde is, zoals eerder benoemd, ook een teleurstellende manier om dit soort projecten af te sluiten.
Tragisch liefdesverhaal waar naar filmische standaarden weinig aan de hand is, maar de subtiele aanpak van regisseur Drake Doremus zorgt voor meerdere pijnlijk herkenbare momenten. Het acteerwerk van Anton Yelchin en Felicity Jones is overtuigend, de montage oogt doordacht en Doremus schiet meerdere, visueel intrigerende plaatjes op het grote doek. De algemene frustratie die een geheel als deze oproept bij de kijker weerhoudt er echter van om enige empathie voor de hoofdpersonages op te roepen, maar het is toch fijn dat er nog een film in slaagt om je gevoelsmatig vlak langs de figuren te plaatsen, zodat het makkelijker is om je in te leven ondanks enig onbegrip.
Teleurstellende en gebrekkige thrillerfilm vanuit regisseur E. Elias Merhige, die zijn debuutexperimenten niet overtuigend weet te herhalen ondanks de vermeerdering van budget. De momenten waarop er met kleurenfilters en geluid wordt gespeeld, verraden dat de man achter Begotten zijn trucendoos weer uit de kast probeerde te halen, maar alle visuele pogingen tot vernieuwing monden amateuristisch en zoutloos uit. Het concept waarbij Aaron Eckhart visies heeft en daartussen toegroeit naar tegenpool Carrie-Anne Moss slaat verder ook nergens op, om over het buitensporige figuur van Ben Kingsley helemaal te zwijgen. Een aantal mysterieuze, grimmige beelden zorgen voor enig leven in de brouwerij en het is fijn dat Merhige op zijn minst probeert om enige vorm van vernieuwing te brengen, maar Suspect Zero is vooral uitgemond in een middelmaatwerkje.
Alternatieve titel: Het Snackkot, 31 augustus, 19:35 uur
Fijne sfeerimpressie en een statement vanuit regisseur Adam Rehmeier dat we vanuit zijn kant geen extreme horrorexperimenten meer hoeven te verwachten. Snack Shack is in de basis niet heel veel anders dan soortgelijke, Amerikaanse coming-of-agekomedies, maar weet zichzelf zeker in de tweede helft naar een hoger niveau te tillen. De zomerse sfeerzetting en het enthousiaste acteerwerk van zowel Gabriel LaBelle als Mika Abdalla vormen de voornaamste pluspunten, maar ook de subtiele manier waarop Rehmeier humor combineert met drama is sterk. Het schreeuwerige eerste halfuur en een ietwat matige hoofdrol van Conor Sherry drukken enigszins de pret, maar Snack Shack is een degelijk genrewerkje.
Een typerend gevalletje van een film die de boeken in kan gaan als sleeper hit, ook al heeft regisseur Andrew Patterson veel goede geluiden laten oproepen uit festivalscreenings. The Rivals of Amziah King omarmt het feit dat het zo'n "andere" film is, met een aantal geweldige rollen en een uitmuntende genrecombinatie. Zeker de eerste helft is een treffend voorbeeld van cinema die de zaken anders wil aanpakken zonder te vervallen in zelfingenomenheid en/of een compleet ontspoord narratief. De wisselwerking tussen plattelandsfilm en een soort dorpsmusical is werkelijk magistraal en ik mag hopen dat de nummertjes een eigen album krijgen, want daar moet ik mijn handen aan zien te krijgen. Patterson blaast zijn film echter omver wanneer de tweede helft aanbreekt, waarop een iets directer verhaal volgt. De situaties die daarin worden beschreven zijn nog altijd uniek en het is leuk om te zien hoe allerlei kleine momenten in het begin uiteindelijk bijdragen aan het grote plaatje, maar de film verliest een beetje eigenzinnigheid en rechtvaardigt niet alle acties even goed. Een kleine verrassing die je volledige concentratie vereist om echt goed op je in te werken.
Opvallend fijn werkje van regisseur David Robert Mitchell, die hier toch een onverwacht project mee aflevert. Hij vormt een naam die vooral zijn succes te danken heeft aan de wat apartere toonzettingen, maar The End of Oak Street is een gevalletje dat eerder grootsheid en veel budget omarmt. Fijn is dat Mitchell er goed in slaagt om de escalatie weer te geven die zo'n absurde situatie met zich meebrengt. Het effectieve camerawerk trekt je als kijker sterk naar het scherm en het primaire gezin acteert goed, wat enigszins de niet al te overtuigende computereffecten compenseert. Het is wellicht wat te gewoontjes om liefhebbers van deze regisseur aan boord te krijgen, maar het vermaakt goed en brengt toch iets extra's in vergelijking met de overige popcornfilms.
Regisseur Jacob Chase pompt leven in een reeks die al een tijdje op weg is naar een vermindering van niveau. Zo zie je toch een verschil wanneer je een naam aan je project bindt die al de nodige ervaring heeft opgedaan binnen het vak. Out of the Further blinkt uit met een aantal sterk opgebouwde schrikmomenten, meerdere beklemmend gefilmde sequenties en een idee dat toch een vernieuwend sausje naar de wereld brengt. Minpunten zijn er echter ook. De nieuwe schurk jaagt bijvoorbeeld weinig angst aan, de pay-offs van de schrikmomenten laten vaak te wensen over en over de grote lijn wordt er niet heel geweldig geacteerd, maar Chase brengt hoe dan ook waar horrorliefhebbers dit soort films voor kijken. Een klein voordeel is dat mijn zaal voor de verandering eens geluidloos naar een popcornfilm keek.
Actievolle animatiefilm die een oorsprongsvariant toont op de Transformers-wereld. Met het filmische materiaal van Hollywoodnaam Michael Bay hoef je deze film in ieder geval niet te vergelijken (mocht je daar een aanhanger van zijn), regisseur Josh Cooley lijkt nadrukkelijk op zoek te zijn naar de toonzetting van de oudere series. Dat betekent onder andere dat Transformers One een stuk kinderlijker (met slechte humor) en eenvoudiger voor de dag komt, ondanks dat er nog steeds een heleboel in gebeurt. Toch haalt dit wat mij betreft niet het spectaculaire niveau van de live-actionfilms. Het stemmenwerk laat bijvoorbeeld in bepaalde opzichten sterk te wensen over, zeker Brian Tyree Henry als Megatron is een misplaatste naam. De gehele aanleiding wil ook amper beklijven en bereikt nergens het avontuurlijke sausje waar Cooley wel naar op zoek lijkt te zijn. De transformatie van Chris Hemsworth (wel een goede stem gelukkig) van onbelangrijke mijner naar Optimus Prime is nergens geloofwaardig, maar liefhebbers van dit soort verhalen zullen het waarschijnlijk hoe dan ook prachtig vinden.
Regisseur Eli Roth blijft een noemenswaardige naam onder de griezelliefhebbers, maar als hij films blijft afleveren met deze kwaliteit, zal die hem snel worden afgenomen. Ice Cream Man levert in principe exact wat je ervan verwacht en dat is een grote laag aan bloederige taferelen die na enig moment onophoudelijk om de oren vliegen. De drang van Roth om alles met praktisch geweld te tonen is fijn en de luchtige toonzetting werkt voor enige tijd aanstekelijk, maar de makers ondernemen verder weinig moeite om er een verhaaltje in te stoppen en zeker gedurende de tweede helft worden er veel scènes in gestopt die willekeurig de richting even moeten aanduiden. Het is letterlijk een slecht excuus om invulling te geven aan een project dat enkel en alleen in het kader staat van het tonen van gewelddadige moorden. Vervelend is dat normaal gesproken niet, maar wel als je vervolgens met de pet gooit naar alle andere invloeden. Acteerwerk is bovendien erbarmelijk en het includeren van AI-gegenereerde beelden (het zijn er niet veel, maar ze zitten er zeker tussen) verdient strafpunten.
Beter te slikken dan verwacht, mits je rekening houdt met het feit dat regisseur Steve Lawson een absolute pulpnaam blijft en weinig moeite doet om grootse dingen op het scherm te zetten. Pentagram kent voornamelijk voordeel in het feit dat het precies de juiste schaal aanhoudt voor het budget waarmee het werkt. Een groepje vrienden komt klem te zitten in het figuur onder dezelfde naam en vanaf dat punt gebeurt er genoeg om niet te vervelen. De geanimeerde effecten zijn erbarmelijk en erg spannend wil het niet worden, maar het duurt allemaal niet te lang en er wordt redelijk geacteerd. Een beetje jammer van het sfeerloze gebeuren verder en de weinig experimentele benadering van Lawson.
Alternatieve titel: The Exorcism of Karen Walker, 31 augustus, 13:07 uur
Sfeerloos exorcismewerkje profiteert van acteurs die het enigszins lijken te proberen en een finale die niet bang is om wat met visuele effecten te experimenteren, maar uiteindelijk vooral ten onder gaat aan de kale opmaak. Regisseur Steve Lawson onderneemt namelijk erg weinig om ergens in op te vallen en kleurt primair binnen de lijntjes in Aura. Spannend of atmosferisch is de film nergens en dan zit je dan opgescheept met een ellenlange opbouw waar niets noemenswaardigs in voorkomt. Uiteindelijk brengt de finale nog wat leven in de brouwerij, mits je tussen je oren knoopt dat de makers duidelijk te kampen hadden met budgettaire beperkingen en geen moeite doen om de schaal ergens te vergroten.
Kijkers die hopen op een combinatie tussen weerwolven en nazi's zullen teleurgesteld zijn. De weerwolven beperken zich tot misschien twee enkele momenten en hooguit een maskertje als make-up, en regisseur Andrew Jones geeft de voorkeur aan een halfbakken oorlogsverhaaltje. Het acteerwerk is niet per definitie heel slecht, maar Werewolves of the Third Reich oogt als een gestolen verhaal waar noodgedwongen een horrorrichting aan is geplakt. Jones breidt er verder een finale aan zonder thrills en laat dit geheel veel te lang duren zonder veel inhoud of poeha erin te stoppen. Eigenlijk een beetje overkoepelend het sentiment dat zijn overige projecten ook hebben.
Regisseuse Stéphanie Joalland stoft Dakota Blue Richards af en plaatst haar in deze dystopische, onderbelichte wereld. The Quiet Hour is ook eerder een psychologische vertelling die enkele personages in een mysterieuze en dreigende omgeving neerzet en de vraag stelt wat ze eraan gaan doen. Het antwoord is: wachten totdat er mensen voorbijkomen die het verhaal in een andere richting kunnen duwen. Joalland springt van situatie naar situatie, waarvan de een interessanter is dan de ander, maar slaagt er niet in om enige vorm van urgentie, sfeer of spanning toe te voegen. Op de achtergrond zie je af en toe een ruimteschip voorbijtoeven, maar de gebrekkige effecten maken snel duidelijk waarom dat niet al te frequent gebeurt. Goed geacteerd en de tweede helft is redelijk, maar dit blijft vooral goedkope filler.
Na een redelijke opening is het binnen deze wereld aardig snel duidelijk dat Independent Moving Pictures aan het roer stond, en dat betekent zoveel mogelijk kijkers werven met sensationele posters en concepten die het in 't huidige klimaat goed doen. De variatie binnen die markt is zeer breed, waardoor de films van regisseur Andrew Jones ook verschrikkelijk uiteenlopen. Wat ze dan wel weer met elkaar gemeen hebben is de lage kwaliteit, wat zich binnen Bundy and the Green River Killer vooral uit in een onvoorstelbaar saai geheel met personages die herhaaldelijk oninteressante gesprekken met elkaar voeren en uiteindelijk terechtkomen bij de conclusie. De toevoeging van Richard Mark als Ted Bundy is totaal overbodig en voor horrortoetsen hoef je dit ook niet aan te gooien. Filmliefhebbers komen zelden iets tegen waar minder aan de hand is.
Wazige film met afgrijselijk, dik aangezet acteerwerk en een soort-van-idee dat niet van de grond komt. 8 Remains profiteert redelijk van de korte inleiding, maar vervalt vrijwel direct in een eindeloze herhaling van flashbacks die nergens op uitmonden en weinig uitmaken in de conclusie. Regisseuse Juliane Block zal wel een diepere laag hebben bedacht, maar slaagt er niet in om dat te communiceren buiten enkele personages om die op een gegeven moment letterlijk uitleggen wat er precies aan de hand is. Wellicht was dat handig voor de collega's achter de camera, die het ongetwijfeld ook niet meer aan elkaar konden knopen. Kleine bonuspunten omdat er nog wordt getracht iets origineels neer te zetten, maar daar houdt het weer mee op.
Mysterieuze sciencefictionfilm met een interessant gegeven, maar een veel te grote schaal voor dit budget. Regisseur Neil Mcenery-West probeert zijn tekortkomingen op dat vlak vooral tegen te gaan met een origineel gegeven dat amper een inleiding nodig heeft. Het probleem? Logica. Personages komen bijvoorbeeld wel door muren heen, maar niet door deuren of ramen. Dat soort gebreken tonen primair dat de makers niet erg geïnteresseerd waren in het straktrekken van de plooien, waardoor mysterieuze invloeden ook in het water vallen. Daar komt bij dat geen van de castleden er echt in slaagt boven het scenario uit te komen en de massascènes niet imponeren. Kudo's aan de makers dat er nog enigszins wordt geprobeerd een mate van onvoorspelbaarheid te verwerven, maar veel effect heeft het niet.
The Lord of the Rings: The War of the Rohirrim (2024) 1,5
28 augustus, 17:53 uur
Ongeïnspireerde, onafgemaakte animatiefilm die als een soort oorsprong dient voor de wereldberoemde filmtrilogie. Regisseur Kenji Kamiyama had waarschijnlijk niet genoeg financiële middelen om die wereld weer tot leven te wekken en is daarom overgegaan op een getekende variant, maar helaas laat de animatie sterk te wensen over. Veel achtergronden missen details, de personages zien er eentonig en simplistisch uit en tot groots spektakel komt het nergens door de beperkte techniek. Eigenlijk duurt The War of the Rohirrim veel te lang zonder al te veel te melden, buiten een weinig memorabel avontuur met personages die totaal geen karakter kennen. Als klap op de vuurpijl grotendeels afstandelijk stemmenwerk. Het is wachten totdat de grote studio's deze wereld weer met echte acteurs tot leven wekken.
De kwaliteiten van regisseuse Jane Schoenbrun worden steeds beter, al legt de aanwezigheid van de voorgaande projecten nu niet bepaald de hoogste maatstaf. In ieder geval vormt Teenage Sex and Death at Camp Miasma een lollig weerzien als ode aan de oudere slasherfilms. De reconstructies van slachtingen zijn lekker overdreven en het acteerwerk van Gillian Anderson mag er wezen, al zou het me niet verbazen als Schoenbrun gebruik heeft gemaakt van kunstmatige intelligentie. Ik zoek nog altijd naar een bron die dit voor mij bevestigt. De kleurrijke achtergronden zijn verder geslaagd, maar verder wekt deze film vooral de indruk dat het een springplank is voor Schoenbrun om haar politieke overtuigingen opzichtig te tonen. Na enige tijd verzandt het allemaal ook in oninteressant gezwets en gevoelsmatig eindeloze monoloogscènes die zich naar een onbevredigende, veel te pretentieuze afloop werken. Het acteerwerk van Hannah Einbinder oogt bovendien gescript en onnatuurlijk.
De bekroonde regisseur Sidney Lumet zorgde met Dog Day Afternoon niet alleen voor nog een klassieker op zijn eigen curriculum vitae, maar ook op die van Al Pacino en John Cazale. Een film die vooral profiteert van de directe visuele stijl en de eigenzinnige keuze om alle muziek weg te laten. Het bouwt zeker in de eerste helft een geheel op dat intrigerend voor de dag komt, ook al maakt het opvliegende gedrag van Pacino en de doorzichtige schijn dat de gijzelnemers niet in heel urgent gevaar zijn het onmogelijk voor Dog Day Afternoon om spannend te worden. Verder stoorde ik me ook aan de eenvoudige psychologie waarin het personage van Pacino binnen een enkele scène uitgroeit tot een soort mediaheld zonder dat er heel duidelijke context wordt verschaft. Het vormt al bij al een boeiend weerzien, maar een meesterwerk is het verre van.
Genrecombinatie van regisseur Paul Thomas Anderson kent goed acteerwerk, een vol verhaal en genoeg excentrieke figuren, maar mist alle frisheid en onderscheiding die zijn eerste films hadden en zo bijzonder maakten. Inherent Vice is vooral een soort ode geworden aan de jaren 70, met alle wacky figuren van dien. Het maakt van deze film een boeiend geheel waarin voortdurend wel wat aan de hand is, maar de hand van Anderson zelf is slechts spaarzaam op te merken. Het narratief lijkt na enige tijd ook te verwateren, helaas was dat nu wel hetgeen dat deze film van richting voorzag. Omdat Inherent Vice bij elkaar 149 minuten duurt, is het trucje waarbij Joaquin Phoenix voortdurend een nieuwe vreemde verschijning tegenkomt na enige tijd uitgewerkt en de pogingen van Anderson om dat op te vullen met ellenlange monoloogscènes compenseren dat beslist niet. Ik mis de oude PTA.
Herzien in het vliegtuig vanuit Azië, omdat ik destijds in de bioscoop moest vechten tegen de slaap na een lange werkdienst. Een film op die manier nog een kans geven is dan wel zo makkelijk, helaas blijft het cijfer toch hetzelfde. Haunted Mansion profiteert allereerst van de visuele opmaak, want regisseur Justin Simien zet een aardige sfeerzetting neer en spendeert het hoge budget met veel plezier. Weliswaar iets te veel gegenereerd vanuit de computer, maar de wereld oogt levendig en doordacht. Maar net als de film uit 2003 loopt deze herbewerking te veel over van vervelende, infantiele humor. Merendeel van de cast vervalt bovendien in schmierwerk, enkel Lakeith Stanfield houdt zich redelijk overeind tussen de bombarie. Het is daarmee aardig vertier geworden, maar niet helemaal de ervaring die deze wereld zonder twijfel verdient.
Groots aangekondigd vervolg dat helaas niet onderscheidend genoeg is van het eerste deel. Regisseursduo Jared Bush en Byron Howard verwerkt een aantal nieuwe problemen en een nieuwe setting, maar de onderliggende boodschap die het eerste deel zo verfrissend maakte, is hier spijtig genoeg herkauwd. De personages komen ook aanzienlijk kinderachtiger over, waardoor zeker de hoofdfiguren een empathisch vermogen moeten afstaan. Gelukkig is de opgeblazen animatie nog altijd een lust voor het oog, wordt in de eerste helft het mysterie redelijk overeind gehouden en houdt de droogkomische toon de vaart er goed in, maar een derde deel hoeft wat mij betreft niet meer te komen.
Alternatieve titel: Death Whisperer 3, 28 augustus, 14:34 uur
Het regisseursduo bestaande uit Thanadet Pradit en Narit Yuvaboon neemt het stokje over van Wantha en levert redelijke kwaliteit af. Het haalt het niet bij het plezier van het tweede deel en kent te weinig rechtvaardiging om überhaupt gemaakt te worden, maar wie bekend is met de reeks zit garant voor een redelijk avondje aan gegriezel. Een aantal momenten zijn goed opgebouwd en het acteerwerk is wederom verdienstelijk, maar eenmaal de setting wordt verplaatst naar de jungle is het duidelijk dat de makers te weinig materiaal over hebben. Een bedenkelijke tegenstander en een hoop overbodige poeha werken zich toe naar een weinig enerverende finale, wat toch jammer is. Het budget is er namelijk absoluut voor, maar mocht er een vierde hoofdstuk komen, dan mag ik hopen dat ze wat langer aan het scenario gaan werken.
Alternatieve titel: Death Whisperer 2, 28 augustus, 14:31 uur
Een beter vervolg op het middelmatige eerste deel. Regisseur Taweewat Wantha is bij dit vervolg duidelijk wat minder gebonden aan het bronmateriaal en dat staat hem toe om zich in breder vaarwater te bevinden. Zo kent Death Whisperer 2 scènes in het oerwoud en buiten de boerderij om. Het voegt weinig toe aan de bestaande legende, maar het levert genoeg avontuurlijke spektakelmomenten op. Het acteerwerk is bovendien wat beter nu de meeste castleden zich wat minder hoeven te bekommeren om sentimentele gezichtsuitdrukkingen. Toch vormt de ultieme bedreiging geen intimiderende opkomst en laat Wantha te weinig over aan je verbeelding (alles komt dus vol in beeld), maar het vermaakt aardig en duurt zelfs iets korter.
Alternatieve titel: The Tearsmith, 27 augustus, 20:10 uur
Vreemdzinnig verhaal met een mooie soundtrack (en daar zijn de meeste pluspunten wel mee benoemd). Het is onduidelijk waarom The Tearsmith zo heeft aangeslagen, maar het zal waarschijnlijk te maken hebben met het uiterlijk van de hoofdrolspelers. Slecht geacteerd, maar ze zien er wel leuk uit en regisseur Alessandro Genovesi utiliseert dat maximaal met lange shots van diens hijgende, intens kijkende en puffende gezichten. Vooral Caterina Ferioli vormt een kale verschijning en slaagt er geen moment in om je als kijker uit te nodigen om met haar mee te leven. Het verhaal is verder ook niet meer dan simplistisch, ongeloofwaardig en opgeblazen brolwerk dat van de hak op de tak springt. Tegen de finale aan was het geheel me dan ook volledig kwijt.
Simpele avonturenfilm met weinig risico en noemenswaardige momenten, zeg maar gerust geen enkel noemenswaardig moment. Nu blinkt de loopbaan van regisseuse Trish Sie ook niet uit met grootse resultaten en films als The Sleepover zullen daar weinig verandering in brengen. Goed geacteerd en met redelijk wat snelheid gebracht, maar zonder originaliteit of enige drang ervoor in elkaar gezet. De makers ondernemen ook weinig pogingen om dit vergezochte concept enigszins geloofwaardig bij elkaar te brengen en laten zich vooral vangen voor karikatuur. Het had kunnen werken als het enigszins humoristisch voor de dag kwam, maar met deze brave uitwerking is dat helaas kansloos.
Nadat Amerika er een remake van maakte zo'n kleine twintig jaar terug, is het nu vanuit het niets plots aan Indonesië om er een nieuwe draai aan te geven. Regisseur Herwin Novianto kiest er echter voor om vrijwel exact hetzelfde verhaal neer te zetten, waarmee hij toch een aanzienlijk gedeelte van potentiële spanning inlevert. Het acteerwerk is bovendien niet om over naar huis te schrijven, enkel Vino G. Bastian houdt zich nog redelijk staande tegenover het ietwat kale en weinig uitgediepte scenario. Het eerste halfuur bevat enkele noemenswaardige momenten, maar daarna betreedt Shutter terrein dat voor de doorgewinterde liefhebber (letterlijk) al bekend is en dan wacht je vooral totdat het weer is afgelopen.
Infantiele combinatie van drama, komedie en lichte griezeltoetsen. Regisseur Muhadkly Acho benut vooral de verkeerde kansen in Agak Laen door zich vrijwel uitsluitend te focussen op het gegrol van de vier heren onderling. Juist het spookhuiselement komt namelijk opvallend sfeervol voor de dag en levert daardoor noemenswaardige momenten op, maar Acho houdt zich er binnen een lange speelduur van bijna twee uur amper mee bezig. In plaats daarvan een vervelend groepje dat zichzelf steeds verder in de nesten werkt en veel te laat achter de consequenties komt, waardoor het zwaardere laatste halfuur eigenlijk geen kracht meer kent.
Schrijnende documentatie van simpele, onoprechte mensen die gigantisch naïeve (en zelfs criminele) handelingen verrichten en daartegenover een "Het zal me wat"-houding vertonen. Regisseur Alex Wood is er vooral in geslaagd om een verzameling mensen bij elkaar te sprokkelen die slap in het rond lullen en geen enkel besef lijken te hebben van de schade die ze hebben aangericht. In de stijl van Trainwreck is het allemaal ook met de nodige sensatie en overdrijving gebracht, waardoor de makers zelf geregeld lijken te vergeten welk verhaal ze precies moeten vertellen. Ik werd echt gestoord van alle personen die hun vingertjes naar anderen wijzen en geen enkele verantwoordelijkheid lijken te nemen voor hun eigen falen, een indruk die niet bepaald gewekt leek te moeten worden door deze documentaire. Ons land staat er niet goed op zo. Pff.
Alternatieve titel: Death Whisperer, 27 augustus, 16:22 uur
Omdat Attack 13 me erg goed beviel, wilde ik meteen meer werk zien van regisseur Taweewat Wantha en Death Whisperer wordt frequent aangeduid als zijn bekendste werk. Helaas is dit een resultaat dat zichzelf iets te comfortabel voelt en te veel grossiert in geschreeuw, sensatie en lange speelduren. De inhoud in deze instantie is namelijk op geen enkele manier een rechtvaardiging voor ruim twee uur en de acteerprestaties van enkele leden zijn om te janken. Zeker Rattanawadee Wongtong wordt veel te veel ruimte geboden om vreemde gezichten te trekken die eerder lachwekkend dan angstaanjagend zijn. Daartegenover wel een film met een stabiele sfeerzetting, veel gegriezel en een aantal effectieve spookmomenten. De finale is zeker het wachten waard, de opbouw wat minder.
Zeer amusante horrorfilm die vooral piekt in het absurde karakter van het verhaal. Regisseur Taweewat Wantha gaat al vroeg echt volledig over de top met de ideeën en wisselt dat in de tweede helft om met puurder gegriezel. Beide aspecten werken opvallend goed, ondanks de matige speciale effecten. De make-upeffecten daarentegen zijn erg goed. Zeker de geest van Nichapalak Thongkham oogt dreigend en de moorden zijn lekker grafisch, ondanks dat Wantha ook hier wat minder gebruik had mogen maken van de CGI. Wat rest is een film met ondermaats acteerwerk, maar die zich zo comfortabel in de chaos opstelt dat het op een vreemde manier wel weet te werken. Liefhebbers van films die de grens van logica doelbewust opzoeken kunnen hun geluk met dit geheel niet op, de wat objectievere kijker zal het zwaarder hebben.
Regisseur Joe Carnahan keert terug met een opvallend goede film, voor hem mogelijk zelfs het beste werk dat hij tot nu toe heeft afgeleverd. The Rip verzamelt een handjevol bekende namen en bouwt zichzelf gedurende het eerste uur vooral op. De zaken escaleren langzaam en het mysterie wordt op die manier boeiend in leven gehouden, om in de tweede helft over te gaan op onthullingen met bijbehorend iets meer actie. Helaas is dat minder interessant, ondanks de visueel interessante en doeltreffende stilering. Er wordt goed gespeeld met licht en geluid, maar de actie zelf is toch wat onoverzichtelijk en warrig. Daartegenover staat een intelligente uitkomst, maar hierdoor haalt The Rip gevoelsmatig iets te weinig uit. Gelukkig levert Carnahan op de grote schaal stabiel en overtuigend werk af.
Infantiele kinderfilm met een redelijk energieke aanpak van regisseur Erwin van den Eshof, maar daartegenover een eindeloze herhaling van uitgespeelde clichés, onbegrijpelijke handelingen en erbarmelijke bijrollen van muzikanten. Ik heb als filmfanaat veel slechte acteerprestaties gezien, maar wat de heren van de band 4U laten zien tart echt elke verbeelding. Djamila zelf is eigenlijk de enige die een beetje energie weet te halen uit dit dunne scenario, maar ze wordt niet geholpen door de onkundige humor die Misfit constant moet includeren en de waardeloze pogingen van haar medecollega's om tot een vorm van acteren te komen. Het is vast dat er een aantal bekende namen in rondlopen, anders is het me een compleet raadsel waar dit soort ideeën toch hun succes vandaan halen.
Overgewaardeerde Franse misdaadfilm die het vooral moet hebben van individueel bijzondere scènes, want de inbreng van regisseur Jean-Jacques Beineix is hopeloos gedateerd. De slechte geluidsmontage en het weinig energieke cameragebruik zijn daar primair voor aan te kijken, maar ook het acteerwerk is zwaar ondermaats. Veel namen lijken geen idee te hebben wat ze met dit materiaal aanmoeten en schakelen daardoor over in vol theaterspel. Diva verslikt zich ook in het neerzetten van vreemde typetjes, Dominique Pinon bijvoorbeeld die in slecht belichte tunnels zijn zonnebril op blijft houden. Je moet het maar kunnen verzinnen. Positief is dat het tempo naar het laatste halfuur toe wordt opgeschroefd en uitpakt met enkele opvallend stijlvolle scènes, zoals een aantal complexe achtervolgingen. Daar haalt een geheel als Diva genoeg kracht vandaan, maar niet genoeg om het als geheel over de eindstreep te trekken.
Regisseur Patrick Hughes is een uitstekende keuze voor dit soort simpele actiefilms en eindelijk mag hij dan een film maken die niet gebogen gaat onder infantiele humor. In plaats daarvan een zwaarder verhaal met een hoofdrol voor Alan Ritchson, die het opvallend goed doet onder het beperkte scenario. Het duurt helaas bijzonder lang voordat de registers opengaan, omdat het eerste halfuur toch wordt besteed aan opbouw en inleiding. Helaas is die niet erg interessant, waardoor het extra fijn is wanneer ze de tegenstander tegenkomen. De speciale effecten zijn goed en de omgeving wordt zelfs uitstekend benut, maar War Machine laat stiekem een beetje zien dat dit soort ideeën niet geschikt zijn voor zo'n lange duur. Hughes stopt er te weinig afwisseling in, waardoor je als kijker op een gegeven moment snakt naar een spectaculaire finale. Gelukkig komt die er ook, maar eigenlijk net te laat om meer uit het geheel te halen.
Alternatieve titel: Almost Cops, 27 augustus, 15:33 uur
Niet helemaal het kinderachtige humorfestijn dat ik ervan had verwacht, maar het blijft toch bijzonder hoe regisseurs zoals Gonzalo Fernandez Carmona zich laten binden aan dit soort projecten na in het verleden te hebben getoond uit de weg te kunnen met sciencefiction en horror. Bad Boa's valt vooral op omdat Jandino Asporaat wat minder de ruimte krijgt voor zijn domme typetjes en gek genoeg weet het nog te werken ook. Het geheel vermaakt aardig en het tempo zit er lekker in, maar na de helft van de film gaat de eenvoud toch wat vervelen. Naar de finale toe zijn de makers dan het spoor bijster en gooien er een middelmatige combinatie tussen komedie en actie tussen, waardoor het eindresultaat niet uitmondt in een voldoende.
Regisseursduo Yemi Bamiro en Hannah Poulter brengt in deze schijnende documentaire een goed verhaal naar voren van deze verschrikkelijke gebeurtenis. Het is als kijker soms ongelooflijk om te zien hoe dit door wanbeleid zo uit de hand heeft kunnen lopen. Ondanks dat blijft Trainwreck spijtig genoeg trouw aan zijn eigen merk en dat betekent dat alles zo sensationeel mogelijk en geforceerd spannend gebracht moet worden. Het getuigt soms eerder van je eigen voordeel halen uit de zware geschiedenis, maar daarvoor blijft de basis toch te belangrijk. Jammerlijk is de soms eenzijdige benadering, al is dat volstrekt logisch om de woede te benadrukken die deze mensen hebben gevoeld. Ik ben het overigens met mijn medegebruiker eens dat er nogal lang wordt stilgestaan bij de muziek van Travis Scott.
Alternatieve titel: Re/Member: The Last Night, 27 augustus, 14:34 uur
Het is altijd gevaarlijk terrein wanneer je een vervolg maakt op dit soort concepten, al doet regisseur Eiichirô Hasumi erg zijn best om er een originele wending aan te geven. Het probleem is dat het overdreven acteerwerk en de grote toevoeging van fantasie-insteken er geregeld een vermoeiend brouwsel van maken. Op visueel vlak ziet The Last Night er redelijk uit en vloeit er genoeg bloed, maar de dramatiek werkt voor geen zier en de tweede helft is eigenlijk te belachelijk voor woorden. Wanneer het einde dan nadert met een hoop bombarie en sentimentele gebeurtenissen, ben je als kijker eigenlijk allang afgehaakt.
Buiten het veel te dik aangezette, Amsterdamse accent (het haalt je als kijker geregeld uit de film) is dit een onverwacht sterke productie van eigen bodem. Regisseur Tjebbo Penning bekommert zich gelukkig ook niet te veel om het misdaadaspect en blijft het verhaal filmen vanuit het perspectief van Thekla Reuten. Het levert een opvallend spannende film op die helemaal loskomt naarmate de tweede helft vordert. Dat ligt niet aan het buitengewone acteerwerk (al doen Reuten en Jeroen van Koningsbrugge het best overtuigend) of goedgeschreven dialogen, maar wel aan de minimalistische aanpak die zich strak bezig blijft houden met de escalerende relatieverhouding. Het heeft alle benodigdheden om te falen, maar Penning houdt het stuur goed in handen en draait de film altijd wel naar de goede, boeiende richting.
Fijn werkje uit de Thaise filmindustrie, energiek en vlot uitgewerkt door regisseur Chanathip Wongpoltree. Ghost Board pretendeert niet opnieuw het wagenwiel uit te vinden of grootse kwaliteit neer te zetten, maar het speelse tempo en het degelijke acteerwerk maken er wel een ontzettend entertainend brouwsel van. Geef de makers alleen een lollig concept en genoeg creatieve vrijheid en je krijgt een film als Ghost Board, waarin de lol geregeld van het scherm spat. Uiteraard mag gezegd worden dat dit dunne verhaal geen speelduur van twee uur nodig heeft en de gegenereerde effecten niet altijd even mooi worden afgewerkt, maar het kijkt desondanks erg lekker weg. Een leuke ontdekking dus.
Alternatieve titel: De Vrouw in Suite 10, 27 augustus, 13:40 uur
Weinig memorabele mysteriefilm met een bekend riedeltje, waarbij een enkel persoon op een geïsoleerde locatie een raadsel moet zien op te lossen. Die taak wordt ditmaal toegekend aan Keira Knightley, maar haar acteerervaring slaagt er niet in om een gelaagd en interessant personage neer te zetten. Dat het vervolgens aan haar is om een gegeven op te lossen dat zichzelf veel te vluchtig laat onthullen is nog spijtiger, maar gelukkig wordt de locatie leuk opgemaakt en duurt het gebeuren niet te lang. Regisseur Simon Stone lijkt in ieder geval te zijn gehinderd door een grote studio, want hij is niet de eerste kandidaat die zich na kleine successen laat vangen en middelmatigheid aflevert onder een grote geldwolf.
Het is niet de eerste keer dat Europees succes met een groter budget en bekende acteurs moet worden herhaald in Amerika, en The Guilty is één van de meer recente voorbeelden. Gelukkig kiest regisseur Antoine Fuqua voor een hoofdrol van Jake Gyllenhaal, die de film als geen ander op sleeptouw neemt. Zijn toevoeging in deze minimale omgeving is bijna ongekend te noemen, met een perfecte hantering van urgentie en emoties. Deze inbreng compenseert grotendeels het bijzondere scenario dat veel te snel ontspoort. De plotwendingen zijn gelukkig uitstekend en de finale is goed gevonden, daarnaast is de moderne aanpak van Fuqua zeker gewaardeerd. Zonder het bij vlagen vreemdzinnige scenario had er meer uitgehaald kunnen worden, voor nu een herbewerking die wat mij betreft boven het bronmateriaal uitkomt dankzij Gyllenhaal.
Alternatieve titel: Feel My Voice, 27 augustus, 13:31 uur
Dit universum gaat langzamerhand de kant op van Perfect Strangers waarbij ieder land zijn eigen herbewerking maakt van een herhaald verhaaltje. Het is aan regisseur Luca Ribuoli om het succes dit keer vanuit de Italiaanse kant neer te zetten, maar hij weigert net als zijn Amerikaanse collega om ergens vanaf te wijken. Daarmee keren ook dezelfde kritiekpunten terug, met een nodeloos kinderachtige familie die de bestaande problemen veel langer laat duren dan nodig is en een boel gebeurtenissen die eigenlijk allang opgelost hadden moeten worden. Sarah Toscano speelt desondanks een goede hoofrol en de tweede helft kent een aantal mooie stukjes, maar dit ondertussen voorspelbare verhaal laat toch vooral zien hoe je een simpel gegeven met allerlei poeha kan blijven uitrekken.
Regisseur Bobby Boermans kopieert de stijl van namen zoals Tony Scott, Jan Komasa en Paul Greengrass, maar met een veel kleinschaligere gebeurtenis die zo groots mogelijk in beeld wordt gebracht. iHostage heeft in de basis weinig om het lijf buiten het tonen van een schokkende gebeurtenis, maar vanwege de nodeloos filmische aanpak (met een boel melodramatische dialogen en serieus kijkende mensen) komt de spanning of urgentie van de situatie geen moment over. Wat ook niet helpt, is dat het merendeel van de cast ondermaats acteert. Zeker Soufiane Moussouli oogt veel te gescript en gemaakt, maar ook de bijrollen van Loes Haverkort, Marcel Hensema en Louis Talpe voelen geen moment aan als echt bestaande mensen. Boermans zet daarmee een geheel neer dat niet bezig lijkt te zijn met het tonen van respect naar de slachtoffers en eerder op een sensationeel relaas dat de gebeurtenis zo spannend mogelijk moet neerzetten. Toegegeven dat het er allemaal op technisch vlak goed uitziet en de sneer naar Yvonne Coldeweijer is grappig, maar erg geslaagd vond ik het niet. Omdat het voor Nederlandse standaarden toch knap in elkaar gedraaid is, ken ik er wel nog bonuspunten aan toe.
Sentimenteel en geregeld opgeblazen, maar toch slaagt regisseur Stephen Chbosky er bij Nonnas in om zeker in de tweede helft precies de juiste toonzetting aan te halen. Vince Vaughn doet het goed in de hoofdrol, maar het zijn toch de groep dames bij elkaar zelf die de ultieme sfeer in deze film maken. Inhoudelijk is het allemaal weinig verrassend, maar de minimale en doelgerichte aanpak van Chbosky zorgt voor genoeg menselijke momenten tussen de chaos in. Het eerste uur is nog wat te veel gericht op luchtige komedie, maar de balans wordt versterkt in de tweede helft waarin je toch de ware natuur van het geheel begint te achterhalen. De afloop is voorspelbaar, maar ondanks dat worden er genoeg emotionele en goedbedoelde momenten in gestopt die je daar redelijk van afleiden.
Vlot project dat in principe gewoon doorgaat wat het eerste deel deed en dat is een boel personages bij elkaar brengen die gebrekkig communiceren en een stortvloed aan onbegrijpelijke handelingen verrichten. Battle: Freestyle kent echter wat meer richting in de vorm van een grote danswedstrijd, al bekommert regisseuse Ingvild Søderlind zich vooral om Lisa Teige en haar leven dat ze zelf nodeloos gecompliceerd maakt. De dansscènes zien er goed uit en de finale (ondanks een groots gebrek aan realisme) vermaakt degelijk, maar tot een goede reeks gaat dit spijtig genoeg niet komen.
Ongeïnspireerd vervolg op de popcornhit van een aantal jaar terug, evenzeer van Noorse makelarij. Regisseur Roar Uthaug heeft genoeg ervaring binnen dit vlak en behandelt Troll dan ook als zijn eigen kindje, maar kan niet verbloemen dat er maar weinig middelen zijn die het bestaan van dit vervolg rechtvaardigen. Met het camerawerk en de gedetailleerde speciale effecten is weinig mis, maar met het uiterst voorspelbare verhaal en de vervelende, slecht geacteerde personages wel. Toch jammer om te zien dat Uthaug zich een beetje heeft laten vangen om alles zo veilig en luchtig mogelijk te presenteren, wat het unieke randje er van dit soort gehelen toch afpelt. De weinig memorabele finale maakt de beweegreden voor een onvoldoende vervolgens af.
Bijzonder hoe een regisseur als Tommy Wirkola bij dit soort projecten uitkomt, want het lijkt hem toch te veel te beperken in zijn vrijheid. Niettemin weet Wirkola als geen ander wat ervoor nodig is om dit soort haaienfilms op te leuken en dus gaat alles na enkele minuten al los en wordt er weinig tijd besteed aan het uitdiepen van de personages. In dat opzicht is Thrash ook een heel eenvoudige film, maar wel eentje met overtuigende speciale effecten en genoeg carnage om niet te vervelen. Minpunt is dat de inhoud wel erg slordig is afgewerkt en het acteerwerk niet bepaald overtuigend is, maar ik zie liever dit dan de zoveelste deelnemer in het elevated horror-subgenre.
Alternatieve titel: The Undertone, 26 augustus, 13:48 uur
Opvallende film met een voorspelbaar gemengde beoordeling, maar regisseur Ian Tuason levert hier zeker een onderscheidend en indrukwekkend werkje mee af. The Undertone benut precies wat het verkoopt en zet daarmee een onheimelijke, onveilige sfeer neer. Uiteraard mag het gezegd worden dat er uiteindelijk niet veel aan de hand is, maar juist dat minimale zorgt voor genoeg spanning. Het slimme camerawerk evenals het overtuigende acteerwerk van Nina Kiri dragen bij aan de stabiele opbouw, toch knap dat Tuason daarin herhaaldelijk een doorbraak weet te vinden. Naar het einde toe gaat het dan helemaal los en ik moet toegeven dat de film tegen die tijd al erg onder mijn huid zat. Het is aangeraden dit te kijken met koptelefoon en een donkere, geïsoleerde achtergrond, want dat zijn de omstandigheden die een geheel als The Undertone optimaal tot zijn recht laten komen.
Alternatieve titel: The Elixir, 26 augustus, 13:45 uur
Vermakelijk zombiewerkje met een boel tempo en daartegenover een te lange speelduur voor deze dunne inhoud. Zoveel heeft het verhaal namelijk niet om 't lijf en dat is binnen dit soort werelden ook helemaal niet erg, maar dan is het aan regisseur Kimo Stamboel om het niet uit te blijven rekken. The Elixir oogt vooral doeltreffend in de make-upafdeling en in het neerzetten van enkele grootse, spectaculaire momenten. Ook met budgettaire beperkingen vindt Stamboel toch altijd wel een manier om de schaal te vergroten. Spijtig genoeg is dat het acteerwerk en de pogingen tot dramatiek onovertuigend en overbodig aanvoelen. Het is allemaal ook niet memorabel genoeg om op je netvlies te blijven staan, maar als actierijk tussendoortje op Netflix wordt de dienstplicht met een voldoende afgerond.
Alternatieve titel: May the Devil Take You, 26 augustus, 13:24 uur
Fijn werkje van de Indonesische regisseur Timo Tjahjanto, die toch altijd wel een betrouwbare naam vormt binnen dit soort werelden. May the Devil Take You excelleert vooral in het neerzetten van een sfeervolle, energieke omgeving die niet lang nodig heeft om de poppen aan het dansen te zetten. Wat daarop volgt, is een soms prettig gestoorde film met veel tempo en gebeurtenissen. Het spijtige is dat het met 110 minuten nogal lang duurt en weinig castleden echt goed tot hun recht komen, maar het is toch vooral de weinig enerverende en ietwat teleurstellende finale die het geheel ervan weerhoudt om boven zichzelf uit te stijgen. Tjahjanto mag voorlopig doorgaan met dit soort projecten, ook al is dit niet zijn beste werk.
Bijzonder slecht geacteerde film met de tweeling McGraw in de hoofdrol, die toch allebei laten zien dat ze wat meer gewichtigheid nodig hebben om goed tot hun recht te komen. Regisseur Juan Pablo Arias Munoz maakt er namelijk een redelijk bekend brouwsel van, waarbij dit keer een ketting de aanleiding is om wat gespook uit de kast te trekken. Tot echte spanning of stabiele sfeerzetting komt het in The Curse of the Necklace spijtig genoeg niet, maar een aantal aparte en kleurrijke beelden zorgen nog voor enig leven in de brouwerij. Naar het einde toe worden bovendien de registers opengetrokken, maar echt opvallend is het allemaal niet.
Vermakelijk niemendalletje waarin Kiernan Shipka en Nico Hiraga verdienstelijke rollen spelen, maar evenzeer waarbij regisseur Jordan Weiss en zijn team niet lijken te weten hoe ze aan een speelduur van 98 minuten moeten komen. Op die manier kent Sweethearts toch een collectief aan overbodige personages en scènes, zoals het zijpad van Caleb Hearon en een weinig avontuurlijke voortzetting van het verhaal. Op visueel vlak toont Weiss daarnaast te weinig originaliteit en inmenging, waardoor de meeste last op de schouders terechtkomt van de acteurs zelf. Alhoewel Sweethearts nergens echt in de verveling raakt, is het mede daardoor niet veel meer dan een typerend tussendoortje zonder veel ambitie of onderscheiding.
Buitengewoon oninteressante film met een totale miskoop achter de camera. Waarom regisseur David O. Russell achter dit geheel ging staan is alvast het grootste mysterie van de inhoud. Zo is Amsterdam een kleurrijke wereld waar namen zoals Jean-Pierre Jeunet en Wes Anderson veel meer uit hadden kunnen halen, maar de stilering van Russell ontbreekt elke vorm van experiment en visie. Saai geschoten met veel scènes die eindeloos lang doorgaan zonder dat ze wat toevoegen. Daarnaast excentrieke personages die eigenlijk allemaal kaal blijven (Margot Robbie en John David Washington passen totaal niet) en een uitkomst waarbij je je afvraagt of dit nou de onthulling is waar je ruim 130 minuten op hebt zitten wachten. Toegegeven, veel castleden doen het aardig en de wereld oogt enigszins gedetailleerd, maar het is verbazingwekkend dat de crew achter de camera zelf niet aan de bel is gaan trekken.
Geslaagde karakterstudie waar regisseur Kristoffer Borgli toch weer zijn eigen stempel op weet te drukken. De dromerige, eigenzinnige sfeerzetting maakt van The Drama al snel een intrigerend geheel waarbinnen twee excentrieke personages toenadering zoeken tot de ander. Zendaya en vooral Robert Pattinson acteren uitstekend en de abstracte humor werkt aanstekelijk, maar het is vooral de eigenzinnige urgentie van Borgli om zijn verhaal constant visueel uit te beelden die de film naar een hoger niveau doet stijgen. Er ontbreekt nog een wat grootsere finale, wat meer intensiteit en een wat gedurfdere afloop, maar The Drama toont het onmiskenbare talent van de man achter de camera.
Energieke, maar volstrekt infantiele animatiefilm waarbinnen je afvraagt hoe volwassen mensen dit soort onzin toch verzonnen krijgen. Rumble vormt op bepaalde manieren zeker een kritiek op de maatschappij, maar de opdringerige humor en banale vechtsituaties leiden je daar geregeld vanaf. Vrijwel iedereen, zowel protagonist als antagonist, wordt neergezet als een idioot. Je zult naar subtiliteit eindeloos lang moeten zoeken en alhoewel dat door kan gaan als een stijlkeuze, voelt het in Rumble eerder aan als doelbewuste afleiding van de negatieve insteken. Het vermaakt door het hoge tempo ongetwijfeld en de jongere doelgroep zal ervan smullen, maar volwassen kijkers zullen zich er beter aan doen om dit te vermijden.
Zoals bij een handjevol van zijn films heeft regisseur Joel Schumacher geregeld de neiging om serieuze, tragische verhalen op te blazen met Hollywoodiaanse onzin. Ook deze The Client loopt over van karikaturale personages die in een wereld als deze totaal niet thuishoren. Daarnaast slaagt Schumacher er niet in om het gevaar correct en doeltreffend vorm te geven, waardoor enige vorm van spanning of urgentie nooit weet toe te slaan. Verder oogt het op visueel vlak ook weinig opvallend, maar evenzeer niet ondermaats. Het acteerwerk van Susan Sarandon en de jonge Brad Renfro is aardig en het vermaakt op het algemene vlak zeker, maar alle extra plotelementen die erbij worden gehaald zorgen ervoor dat het nooit gaat aanvoelen als aanklacht of realistische tragedie.
Richard Attenborough is uitstekend als fictieve kerstman, maar het zit hem binnen dit scenario helaas niet mee. Regisseur Les Mayfield maakt van deze Miracle on 34th Street een bekende, weinig memorabele herbewerking waar de kerstmagie er dubbel en dik doorheen gejast moet worden. Op die manier wordt er van alles uit de kast getrokken om van dit sprookje een bekend gebeuren te maken. Onschuldige kinderen die de magie van kerst langzaam verliezen, volwassen mensen die door middel van deze feestdag hun eigen problemen overwinnen, rijke corporaties die dollartekens in alle situaties zien, Mayfield stopt het er allemaal in. En alhoewel het zeker redelijk wegkijkt, biedt Miracle on 34th Street veel te weinig verrassingen en loopt het op een belachelijk eenvoudige manier af.
Regisseur Destin Daniel Cretton kon zijn geluk niet op toen het vorige hoofdstuk zijn nieuwste film kon voorzien van talrijke kansen om met dramatiek en inhoud te spelen. Brand New Day smult er geregeld van, waardoor het personage van Tom Holland ook aanzienlijk meer kampt met persoonlijke problemen die hij dient te trotseren. De vormgeving daarbinnen (en in het algemeen) is aardig, maar weinig opvallend. De actiescènes zijn daarnaast talrijk, maar niet noemenswaardig genoeg om ultiem te beklijven. Bijzonder ook dat de grootse finale een stuk kleiner blijft in vergelijking met de vorige film, al wint Cretton veel kracht door de schurk bijna foutloos in te leiden en op te bouwen. Ik vond uiteindelijk dat te weinig castleden opvielen en/of echt puik werk afleverden en alhoewel het scenario breed genoeg wordt uitgewerkt, gaat de speelduur van 145 minuten uiteindelijk wel knagen.
Belabberde, theatraal opgeblazen thrillerfilm met een aantal technische hoogstandjes. Zo benut regisseur Ashwin Saravanan een aantal keer een POV-standpunt met zijn camera en bevat Game Over een aantal spaarzaam brute moorden, maar het verhaaltje heeft weinig om handen en moet toch iets te vaak laten zien dat de hoofdpersonages het zichtbaar erg moeilijk hebben met hun situatie. Naar het einde toe moet er een soort semi-intelligente onthulling aan te pas komen, maar deze maakt door de rommelige uitwerking en het onovertuigende acteerwerk weinig indruk.
Het idee achter Bon Cop, Bad Cop waarin de Engelstalige en Franstalige helft van Canada een samenwerking moet aangaan is leuk gevonden, maar regisseur Eric Canuel maakt er toch vooral een ongebalanceerd en kinderachtig geheel van. In bepaalde sequenties wordt bijvoorbeeld een situatie aangehaakt die duidelijk moet maken dat Patrick Guard en Colm Feore niet kunnen samenwerken en allebei steeds hetzelfde grapje produceren. Een buitengewoon eenvoudige en frustrerende manier om een kaal scenario mee in te vullen. Verder zit er wel een aardig verhaaltje in en oogt de cinematografie rauw en passend genoeg, maar tot een grootse finale komt het niet en de speelduur van 116 minuten is veel te lang.
Zeer overtuigende, uiterst sfeervolle horrorthriller die vooral duidelijk maakt dat regisseur Damian McCarthy zonder meer in het juiste genre zit. Hokum blinkt echter niet alleen uit in de vormgeving, maar ook de inhoud heeft daadwerkelijk wat om handen en geeft McCarthy veel gelegenheid om te experimenteren met spanning en overig gegriezel. Adam Scott in de hoofdrol is een bonus en hoewel de ultieme tegenstander weinig angst aanjaagt, is het toch vaak de opbouw en aanloop waarin Hokum excelleert. Niet bepaald een verrassing gezien de naam die achter het project staat, maar wel een serieuze uitdager in beste horrorfilm van 2026. Helaas voor McCarthy heeft Curry Barker de lat al erg hoog gelegd.