Alternatieve titel: Met Hart en Ziel, 1 november, 11:58 uur
Erg fijne tragikomedie. James L. Brooks heeft me al eerder weten te overtuigen van het succesvol kunnen combineren van humor en drama in As Good As It Gets en Spanglish. Ook in Terms of Endearment laat hij zien deze moeilijke mix goed in de vingers te hebben. Hier krijg je een film met duidelijk twee helften, waarbij we van een luchtige, optimistische fase uit de levens van de hoofdpersonen naar een steeds donkerdere gaan. Wat dat betreft is het een mooie weerspiegeling van het leven.
De film haalt vooral veel kracht uit de sterke cast. Eigenlijk zitten alle personages vol met imperfecties, waardoor ze heel authentiek op me overkwamen. Shirley MacLaine, Debra Winger, Jack Nicholson, Jeff Daniels... Allemaal verdienen ze het om geprezen te worden, want ze spelen allen erg overtuigend. Perfect vond ik het uiteindelijk niet: de speelduur is aan de stevige kant, er wordt niet bepaald elegant omgegaan met tijdsprongen en bij vlagen ontkomt de film niet aan een wat gezapig soap-gevoel. Desondanks staat de film wel bol van de memorabele scènes, soms in de luidruchtige variant en soms ook heel klein en ingetogen. Dat maakt wel dat dit een film is waarvan ik blij ben hem eindelijk eens gezien te hebben en waarbij ik een hogere waardering in de toekomst zeker niet uitsluit.
Aardige film, maar ik had wel op iets meer gehoopt. Ik ben zeker niet de grootste Owen Wilson fan, maar kan hem over het algemeen goed hebben en vond hem sterk in bijvoorbeeld Midnight in Paris en Marley & Me. Ik kreeg in Drillbit Taylor vooral het idee dat er te weinig met hem gedaan wordt, ondanks dat hij zo prominent op de poster pronkt en de filmtitel naar zijn personage vernoemd is. De film is op zijn leukst wanneer hij in de school infiltreert en actief de pestkoppen tegenwerkt. Mooi dat dit aanslaat, want mijn nieuwsgierigheid hiernaar was ook vooral waarom ik de film wilde zien. Helaas duurt het vrij lang voordat we daar zijn aanbeland en is het ook van relatief korte duur.
Van de kids is Troy Gentile een positieve uitschieter en tevens degene die de boel enigszins bij elkaar houdt, want de andere twee zijn niet best. Wanneer Wilson bij hen is, is het niveau van de film aanzienlijk beter. Onderling hebben de vier namelijk wel enige chemie. Van de bijrollen moet de film het verder ook niet hebben. Leslie Mann is hier zó naïef dat je haar niet serieus kan nemen en Danny McBride... Ik zucht altijd al als ik de naam van de beste man voorbij zie komen, want ik zie hem altijd vooral heel hard zijn best doen om grappig te zijn, zonder dat hij het is. Dat is hier niet anders. De humor is op en top Amerikaans en vaak van het flauwe, platte kaliber. Enkele glimlachmomenten komen zeker voorbij; echte dijenkletsers heb ik daarentegen gemist.
Met Drillbit Taylor wordt je op je wenken bediend wanneer je op zoek bent naar een verstand op nul tussendoortje. Ideaal bijvoorbeeld aan het einde van een lange werkdag; dan kijkt dit prima weg. Als je echter op zoek bent naar een komedie waar je veel bij kan lachen of die op een bepaalde manier verrassend uit de hoek komt, dan kun je beter verder zoeken.
Gisteren voor het eerst sinds 2009 gezien en mijn waardering van destijds blijft wel staan. Dreamgirls schittert in de manier waarop de optredens gefilmd en gebracht worden en de kleurrijke vertolkingen van de cast. Jamie Foxx geeft gestalte aan een personage dat een interessante ontwikkeling doormaakt; compleet verblind door succes en hebzucht. Daarnaast zijn de vier dames zelf zijn erg leuk om te volgen en ook Eddie Murphy laat zich van een iets andere kant zien dan het grote publiek van hem gewend is. Wat dat betreft heeft de film wel enkele verrassingen voor de kijker in petto.
Waar de film enigszins door de mand valt, is de manier waarop het verhaal om de nummers heen gebracht wordt. Niet alleen stelt het soap-achtige verhaal niet zo gek veel voor, maar men moet het publiek er, ondanks de grote hoeveelheid bombastische muziek, kennelijk meermaals aan helpen herinneren dat het een musical is door uit het niks dialogen te beginnen zingen. Niet alleen werkt het tenenkrommend, maar het doet ook afbreuk aan de kwalitatief goede muziek die ertussen zitten, omdat die nu opgaat in een groter geheel en dus mijns inziens minder tot zijn recht komt. Daarnaast zal het een kwestie van persoonlijke smaak zijn of alle nummers aanslaan. Zo was het nummer waarbij Jennifer Hudson lange tijd aan het einde solo zingt absoluut niet aan mij besteed, terwijl ik haar qua acteren wel een positieve uitschieter vond.
Ik vond het zeker geen vervelende film. Dreamgirls heeft absoluut genoeg elementen die het de moeite waard maken om het eens een keer voorbij te laten komen, maar schiet ook wel op wat vlakken tekort. Wat resteert is dus niet meer dan een vermakelijke wegkijker en ook dat is leuk op zijn tijd. Schitterende finale overigens!
Als je dit vlak na de originele klassieker uit 1978 kijkt is dit toch wel heel pover... Zowel Halloween Kills als Halloween Ends staan al jaren op mijn lijstje, maar aangezien ik de originele sequel uit 2018 al behoorlijk vol tekortkomingen vind, heb ik me er nooit toe kunnen zetten er actief achteraan te gaan. Het werd een gevalletje wachten tot ze op streaming verschijnen.
Op die manier dan nu dus ook maar Halloween Kills bekeken. De problemen uit de voorgaande film zetten zich grotendeels voort hier en er wordt nog een schepje bovenop gedaan. Ondanks dat Michael Myers steeds gevaarlijker lijkt te worden, gaat er ook steeds minder dreiging van hem uit. De film uit 1978 gaf een bovennatuurlijke draai aan hem, maar ook iets geheimzinnigs en menselijks. Dat is hier helemaal weg. Michael Myers is gewoon een kwaadaardige variant geworden op al die Marvel superhelden, want je kan letterlijk alles met hem doen en hij overleeft het toch wel. Het is funest voor de spanning die rond zijn verschijning hangt en hij is in deze film eigenlijk op zijn engst wanneer hij gewoon langzaam achter zijn vluchtende slachtoffer aanloopt. Het contrast wordt ook pijnlijk duidelijk in de flashback naar 1978: waarom laat hij zich door die kleine politie-eenheid arresteren, wanneer hij hier in zijn eentje met groot gemak een complete burgerwacht overmeestert? Alsof je met twee verschillende Michaels van doen hebt. Als je de sequels dan al allemaal negeert, zorg er dan ten minste voor dat je trouw blijft aan die ene film die je niet negeert.
Daarnaast krijgt Jamie Lee Curtis vrijwel niks te doen. De focus gaat vrijwel volledig uit naar de burgerwacht, deels bestaande uit enkele kleine rollen uit het origineel. Enerzijds waardeer ik een poging tot een nieuwe aanpak; anderzijds voelt het ook een beetje geforceerd om deze personages van stal te halen en naar voren te schuiven als nieuw slachtvee. Interessant overigens dat ze iemand als Anthony Michael Hall daarvoor hebben weten te strikken. Op zich vond ik dat nog wel een leuke keuze, aangezien hij succes kende in de eerste helft van de jaren 80, waardoor hij qua leeftijd een geloofwaardige Tommy is. Het kijkt allemaal best wel weg, maar van spanning of emotionele betrokkenheid is nauwelijks nog sprake. Personages handelen tevens dikwijls onbegrijpelijk, hoewel dat natuurlijk ook wel inherent is aan het genre. Toch vraag ik me af hoe het kan dat ik dat hier oprecht storend vind. Wellicht dat het er soms toch wat te dik bovenop ligt, met name bij die twee heren die nu in het huis van Myers wonen.
Het woord waar ik mijn stukje mee opende, 'pover', is wel wat bij me opkomt als ik hieraan terugdenk. Dramatisch slecht wil het allemaal niet worden, maar het 'been there, done that' gevoel overheerst wel in behoorlijke mate. Nergens mag dit ook maar in de schaduw (no pun intended) staan van het origineel en het is zelfs nog een stukje minder dan de voorganger. Halloween Ends zal ik zeker nog een kans geven wanneer deze voorbij komt, maar ik vrees het ergste.
Eigenlijk nooit geweten wat dit precies was, maar toen ik erachter kwam dat het om een samenkomen van Frankenstein, Dracula en The Wolfman bleek te gaan, was mijn interesse wel gewekt. Het grootste pluspunt aan Van Helsing is mijns inziens dat de film er vól voor gaat. Bij vlagen is het fouter dan fout, het duurt voelbaar te lang en de visuals zijn van zeer wisselende kwaliteit (soms fantastisch; soms spuuglelijk), maar de film neemt geen gas terug en dat waardeer ik. Een circus als dit kan namelijk alleen maar op die manier werken. Het acteerwerk is eigenlijk prima, al moet ik eerlijk zeggen dat ik het titelpersonage misschien wel het meest saaie karakter vond. Veel opvallender zijn Richard Roxburgh als schmierende slechterik, Kate Beckinsale als bloedmooie partner in crime en David Wenham als (verrassend) effectieve komische noot. Vermakelijke onzin.
Lang uitgesteld vanwege Terry Gilliam. Monty Python vind ik leuk, maar met zowel Fear and Loathing in Las Vegas als The Brothers Grimm kon ik erg weinig, terwijl ik vooraf wel goede hoop had bij beide films. Aangezien Twelve Monkeys wel vaker omschreven wordt als ''typisch Gilliam'', hield ik mijn hart wel een beetje vast.
Gelukkig is de film me wel meegevallen. Wat ik vooral gaaf vind, was dat je als kijker heel lang zelf niet weet wat nou echt is en wat niet. Zelfs tot vlak voor de climax blijft er nog enige twijfel bestaan. Ik zat niet in constante spanning, maar ik vond het wel opvallend hoe goed de film wist te blijven boeien, terwijl je als kijker niet goed weet waar je precies naar zit te kijken. Een beetje 'trippy' dus, maar niet op een onaangename manier. Bruce Willis speelt zijn rol ook wel erg prettig en hij vormt een fijn duo met Madeleine Stowe; een voor mij tot dusver onbekende actrice. Met de overige rollen kon ik wat minder. Brad Pitt vond ik opvallend geforceerd en het aandeel van Christopher Plummer en David Morse was erg klein. Daarnaast vond ik de film tussendoor af en toe wel wat slepend en had dus van mij iets korter gemogen, ondanks dat het nooit echt saai wil worden en de film altijd wel weer met een nieuwe wending komt, waardoor je terug rechtop veert.
Al met al best een zeer vermakelijke en unieke sciencefictionthriller. Visueel kan de film nog vrij goed mee en zijn slechts een aantal beelden afleidend, zoals de wilde dieren in de stad. De climax liet me bovendien, in positieve zin, verbijsterd achter. Dit is geen film waarbij je vroegtijdig al de rest van het verloop kan uittekenen. Voor mij persoonlijk is Twelve Monkeys niet het grote meesterwerk dat het voor sommigen wel is, maar ik kan de status ergens wel begrijpen.
Vanwege het boeiende onderwerp binnen de Engelse geschiedenis en de twee steracteurs werd mijn interesse in deze film gewekt. Cromwell bleek best een boeiende zit, maar er staan wel een aantal zaken tegenover. Niet geheel onverwacht kent de film best een loom tempo, waardoor enige intrinsieke motivatie wel gewenst is voor je hieraan begint. Maar zelfs wanneer dit het geval is, zoals bij mij, dan nog kan de film soms wat slepend voelen. Met name Oliver Cromwell zelf lijkt af en toe wat in de herhaling te vallen met zijn speeches waarin hij zijn ongenoegen uit. Richard Harris speelt overtuigend, maar op een gegeven moment geloof je het wel.
Het scheelt dan nog dat de twee hoofdrolspelers weten wat ze doen. Zoals gezegd, Harris is goed, maar ook Alec Guinness speelt sterk als de kalme King Charles I. Met name de scène voorafgaand aan zijn terechtstelling komt best wel binnen. Visueel kan de film er nog best mee door: het is soms wat houterig en doet bij vlagen aan een toneelstuk denken, maar de veldslagen vond ik best sterk in beeld gebracht. Toch blijf ik terugkomen bij mijn eerder gemaakte punt: het is met name politiek dat de boventoon voert in Cromwell en dat moet je liggen. Uiteindelijk werd ik nergens overdonderd, maar ik vind het wel een degelijke registratie van de politieke situatie destijds. Historische accuraatheid zal hier en daar ongetwijfeld met een korreltje zout genomen kunnen worden, maar Cromwell voldeed toch vrij goed aan mijn verwachtingen.
Ik had hier eerlijk gezegd aanvankelijk lage verwachtingen van, maar toen ik de trailer voorbij zag komen, werd mijn interesse toch gewekt. Ik heb Daniel Radcliffe altijd wel kunnen waarderen in de Harry Potter-films en een enkele film van hem die ik daarna nog voorbij heb zien komen, zoals The Woman in Black. Desondanks is niet alles raak; zo vond ik hem in The Lost City een misser.
Het mag echter gezegd worden: ik vond hem hier uitstekend. Hij brengt de wanhoop, paranoia en de aftakeling met veel verve. Dat is overigens niet alleen de verdienste van Radcliffe, maar ook van regisseur Greg McLean, die het geheel rauw en realistisch in beeld brengt. Daardoor is het gemakkelijk om met hem mee te leven en je af te vragen hoe je zelf zou handelen in deze situaties. Er zitten een aantal scènes in die moeilijk te aanschouwen zijn en ervoor zorgen dat je je tanden op elkaar zet. Wanneer een film dat voor elkaar krijgt, is dat echt een teken dat ik onder de indruk ben. Ik werd er ook helemaal in meegezogen. Bovendien vond ik de visuals bij vlagen echt oogverblindend mooi, met name wanneer Yossi last krijgt van waanbeelden.
Op een aantal momenten, met name richting het einde, wordt het iets te zeer voelbaar dat je met een film te maken hebt, maar het gaat gelukkig om kleine smetjes en krijgt nooit de overhand. Ik vond Jungle een indrukwekkende zit, die met name vanaf het moment dat de groep zich opsplitst heel meeslepend wordt en blijft. Positief verrast en absoluut een aanrader!
Mississippi Burning is een film die me veelvuldig werd aanbevolen, dus het werd ook tijd dat het er eens een keer van kwam om hem te kijken. Met twee gevierde acteurs in de hoofdrollen en een onderwerp dat wel mijn interesse had (ik wist niet meer dan dat het over de Ku Klux Klan zou gaan), had ik er wel vertrouwen in.
Dat is niet altijd een goede zaak, want dat betekent dat de verwachtingen hoog liggen en het dus ook al gauw tegenvalt. Mississippi Burning wist mij echter heel goed te boeien. Dat komt in de eerste plaats door het ijzersterke acteerwerk van zowel Gene Hackman als Willem Dafoe: regelrechte tegenpolen, die toch moeten samenwerken en onderling best wat chemie hebben. Beide acteurs heb ik dikwijls als slechterik mogen bewonderen, dus het was interessant dat ze nu de goede kant vertegenwoordigden. Het ging beiden goed af. Ook de bijrollen worden goed vertolkt. Juist de inwoners van het stadje kwamen immers heel authentiek op mij over. Bovendien vond ik ook de onderhuidse gevoelens tussen Hackman en Frances McDormand overtuigend gespeeld. Ik snap wel dat dit door sommigen een beetje als onnodige opvulling gezien wordt, maar ik vond het juist wel een prettige toevoeging, mogelijk omdat het juist met enige precisie gebracht werd.
De film is snoeihard wanneer het aankomt op de gewelddadige beelden en die maken dan ook geregeld impact. Je bent gauw geneigd om bij films over de Tweede Wereldoorlog te schrijven dat het ongelofelijk is dat mensen elkaar dit hebben aangedaan, maar dat geldt eigenlijk ook hier. Vol verbijstering heb ik hiernaar zitten kijken. Klein kritiekpunt: van mij had de film het iets 'grootschaliger' mogen aanpakken wanneer het geweld in beeld gebracht wordt. Alle lof voor het lef om dit te tonen, maar als je niet beter weet, zou je wellicht denken dat het slechts een lokaal probleem was. Ik snap wel waarom de keuze gemaakt is om dit niet te doen. Alles blijft immers wat overzichtelijker wanneer het zich allemaal binnen één community afspeelt, maar wellicht had dit met enkele slimme montagetechnieken toch ondervangen kunnen worden.
Al met al gewoon een ijzersterke film. De problematiek wordt goed en overtuigend neergezet en de film staat als een huis als het gaat om de grimmige sfeer en het acteerwerk. Het plot fungeert als een goed opgezet raamwerk om deze gebeurtenissen aan de kaak te stellen. De twee agenten zijn immers ook gewoon leuk genoeg om te volgen en de botsing met de lokale politie zorgt voor enkele spannende momenten. Zo'n film waar je door wordt meegezogen en waar je bij vlagen stil van wordt.
Leuk tussendoortje. Stond al heel lang op mijn lijst, al weet ik eigenlijk niet meer hoe hij daar überhaupt op terechtgekomen is. De film is heerlijk onzinnig en lijkt zelf ook weinig behoefte te hebben aan opheldering: Anton heeft zijn handen niet meer onder controle en deze handen zorgen ervoor dat geen personage meer veilig is. That's it. Simpel, maar effectief voor een horrorkomedie als deze. De twee genres worden goed gecombineerd, maar Idle Hands is vooral charmant doordat er ongegeneerd op het gas wordt getrapt. Daarbij slaat niet alles aan, maar de vlotheid waarmee alles gepresenteerd wordt, zorgt wel voor een hoop kijkplezier. De cast heeft er zichtbaar plezier in en ook de effecten kunnen er nog steeds mee door.
Voor het eerst gezien in 2007. Het moge duidelijk zijn dat ik als 10-jarige hier veel te jong voor was. Slapeloze nachten heb ik er gelukkig niet aan overgehouden, maar een prettige zit vond ik het niet. Tevens was ik denk ik nog te jong om de film aan te kunnen. Het beeld dat op de poster geschetst staat, is lange tijd ook zowat het enige geweest dat ik me ervan kon herinneren.
Jaren later, in 2013 zo te lezen (handig, dat MovieMeter!), opnieuw gezien en de waardering steeg. De film is me sinds die kijkbeurt ook beter bijgebleven. Ik heb hem sindsdien tussendoor nog wel eens de revue laten passeren, meestal in combinatie met het verdienstelijke Doctor Sleep. Zeker in de maand oktober zie ik graag films uit dit genre voorbijkomen, dus het leek me mooi om dit jaar ook The Shining nog eens opnieuw te bekijken.
Ik denk dat ik toch wel moet concluderen dat dit mijn favoriete horrorfilm is, wellicht op de voet gevolgd door Halloween en The Exorcist. Wat The Shining vooral heel goed doet is zo'n onbehaaglijke sfeer creëren dat het bijna voelt alsof je zelf in het hotel opgesloten zit. Dat begint al bij het allereerste shot van de weg die de auto aflegt naar het hotel. Mooi ook hoe er vervolgens nog niet zo veel aan de hand lijkt tijdens de rondleiding en het vooral een hotel lijkt waar je graag een keer een vakantie naar zou boeken, maar dit abrupt omslaat zodra de familie alleen achterblijft. Je vergeet dat je naar een film zit te kijken: je focust je volledig op de personages die door de fraai ogende, doch zeer koude gangen van het immens grote hotel struinen. Doordat de film speelt met het concept van realiteit (en later, zo blijkt, tijd) weet je als kijker ook nooit helemaal wat je kan verwachten, waardoor je de meest absurde scènes voor je kiezen krijgt. Toch zitten hier al effectief akelige scènes tussen, zoals de befaamde vrouw in kamer 237.
Het is natuurlijk wachten tot er iets knapt en de climax is dan ook absoluut de moeite waard. Alle onderhuidse spanning die tot dan toe voelbaar was, komt ook echt naar buiten, met onder meer een Jack Nicholson die eruit ziet alsof hij daadwerkelijk geschift is geworden, Shelley Duvall die het begrip 'wanhoop' een nieuwe dimensie geeft en een soundtrack die de boel lekker opstookt. Het hele tafereel doet je op het puntje van je stoel belanden, met natuurlijk de onontkoombare finale in het doolhof als kers op de taart. Schitterend! Prettig om naar te kijken is het niet gelijk, maar de wereld en ambiance die Stanley Kubrick hier creëert is echt fantastisch.
Als je me vraagt wat de film beter had kunnen doen, kan ik daar geen antwoord op geven. Ik snap het punt dat Stephen King maakt over dat Kubrick erg royaal met het bronmateriaal is omgegaan, maar mijns inziens heeft het een verbetering opgeleverd. Ik ben dankbaar voor het boek, want zonder was deze film er nooit gekomen. Ik heb echter tijdens het lezen nooit het ongemak ervaren dat ik wél ervaar tijdens het kijken naar deze film. Ook de geleidelijke aftakeling van Jack Torrance had niet gewerkt met Nicholson in de hoofdrol, die toch altijd al iets 'duivels' uitstraalt. Prima dus dat hij al in het begin al wankel lijkt en het hotel net het extra zetje vormt dat nodig was. Overigens wordt dit ook deels ondervangen door de suggestie dat Jack hier al in een vorig leven (of vorige levens) heeft rondgedwaald. Kubrick heeft wat mij betreft stuk voor stuk de juiste keuzes gemaakt.
Gewoonweg een ijzersterke film, die me keer op keer weet te boeien en mijns inziens binnen dit genre vooralsnog ongeëvenaard blijft. Verhoging met de laatste halve ster lijkt me niet meer dan terecht.
Laatst voor het eerst in minstens 10 jaar nog eens herzien. Ik weet nog dat ik 'm voor het eerst zag vlak nadat ik voor het eerst actief films begon te kijken, hem toen heel goed vond en hem vervolgens ook lang uit het oog ben verloren. En dat terwijl ik eigenlijk goed overweg kan met het gros van het werk van Tom Hanks, alsook Robert Zemeckis.
Ik zie de film eigenlijk als een soort sprookje en niet zozeer als een realistische tragikomedie. Het speelt zich weliswaar in de echte wereld af en je ziet Forrest daadwerkelijke historische gebeurtenissen meemaken, maar de manier waarop heeft soms een licht fantasy element. Alleen daardoor al is het eigenlijk een film als geen ander. Big Fish komt wellicht een beetje in de buurt, maar voelt door de stempel van Tim Burton toch wel anders. Forrest is ook een heel uniek en innemend personage. Hanks zet hem goed neer en wordt perfect aangevuld door de rest van de cast. Zo zijn ook de rollen van Robin Wright en Gary Sinise moeilijk te vergeten. Hetzelfde geldt voor de memorabele muziek van Alan Silvestri, die vrijwel altijd van de partij is voor de films van Zemeckis.
Wat ik echter het meest positieve vind, is hoe meeslepend de film is. Je laat je letterlijk meevoeren door het verhaal van Forrest. Daarbij geeft het dan ook niet zozeer dat niet elke fase die hij beschrijft even interessant is. Met het ene deel kon ik meer dan het andere, maar dit zal per kijker verschillen. Doordat je telkens benieuwd bent naar het volgende dat op zijn pad zal komen, en doordát er genoeg op zijn pad komt, leeft de film telkens weer opnieuw op. Het leven van Forrest Gump is in ieder geval niet saai en door zijn nuchterheid en de verscheidenheid aan gebeurtenissen is er ruimte voor zowel emotionele als humoristische momenten. De balans tussen beide is goed. Hoewel ik zelf het gevoel had dat de relatie tussen Forrest en Jenny in hun volwassen stadium nog iets meer uitwerking had mogen krijgen, is het toch even slikken op het moment dat Jenny komt te overlijden.
Gewoon nog steeds een fijne, stabiele film. Zo'n film waar je je eigenlijk al heel gauw geen zorgen meer maakt 'of het nog wat gaat worden', want je weet dat je in goede handen bent. De film maakte iets meer impact dan toen ik hem voor de eerste keer zag en de volle score voelt, gezien de kleine puntjes die ik aanhaal, ook niet meer helemaal terecht. Toch blijft dit een prettige film, die de status van klassieker dubbel en dwars verdient en de film is ook voor de nieuwe generatie nog steeds een aanrader. Immers: als we allemaal iets meer als Forrest Gump zouden zijn, zou de wereld een betere plek zijn.
Leuke roadmovie, waar ik zonder al te veel verwachtingen aan begon. The Holdovers, ook van Alexander Payne en tevens met Paul Giamatti in de hoofdrol, beviel me erg goed, waardoor ik er wel vertrouwen in had. Tegelijkertijd wist ik niet wat voor een soort film ik moest verwachten.
Sideways is een heel andere film dan The Holdovers, maar eigenlijk ook weer niet. Er zijn zeker overeenkomsten te vinden in thematiek en de personages die Giamatti in beide films speelt. Hij speelt wederom erg fijn en komt meermaals komisch uit de hoek. Net als in The Holdovers komt zijn personage erg oprecht op mij over; alsof je met een echt persoon te maken hebt en niet met een personage. Chemie met Thomas Haden Church is er ook. De mannen verschillen behoorlijk van elkaar, waardoor er een leuke wisselwerking ontstaat. Er is ruimte voor emotionele momenten, maar alles is in balans met genoeg humor, die de ene keer subtiel is en in de tweede helft er ook steeds vaker dik bovenop ligt. Alles speelt zich af tegen een mooie achtergrond in Californië, waardoor ook de beelden geregeld positief opvallen.
Briljant vond ik het nergens worden. Daarvoor 'tuft' het allemaal iets te zeer voorbij zonder al te veel échte hoogtepunten. Daarnaast hielp ik de film een handje door mezelf af en toe in te fluisteren dat Miles en Jack heus wel vrienden zijn. Ondanks de leuke scènes die tussen beiden ontstaan, twijfelde ik er immers geregeld aan of het wel realistisch was dat deze twee nog contact met elkaar zouden hebben, laat staan zo'n trip zouden ondernemen. Desondanks vond ik het erg degelijk uitgevoerd. Je laat je als kijker moeiteloos meenemen en hoewel de film niet al te vaak uitblinkt, vind ik ook niet dat hij ergens echt inzakt. Bovengemiddeld vermakelijk en ook mooi dat het einde nog iets aan de verbeelding van de kijker overlaat.
Alternatieve titel: The Real Guinea Pig, 17 oktober, 18:28 uur
Leuke documentaire voor eenieder die veel op heeft met deze beestjes. Zelf had ik als kind ook een cavia en heb daar leuke herinneringen aan. Zo nu en dan kijk ik nog eens filmpjes terug op YouTube. Het blijven enorm sociale diertjes, die met hun brede scala aan geluidjes en gedragingen erg verrassend uit de hoek kunnen komen.
Verwacht geen wereldschokkende nieuwe bevindingen, maar er wordt best een degelijk portret geschetst, waarbij er ook aandacht is voor het verschil tussen de tamme en wilde cavia. Informatief, maar verder niet speciaal. Door het korte speelduur is dat prima en ik verwacht dat de doelgroep dan ook redelijk op hun wenken bediend wordt.
Deze ga ik toch even opwaarderen. Bijna 10 jaar geleden voor het eerst gezien en hij stond me bij als 'leuk, maar niet meer dan dat'. Nu wil ik zeker in de maand oktober nog wel eens wat horrorklassiekers de revue laten passeren en zodoende kwam ik opnieuw bij Carrie uit. Ik vind de film nog steeds niet perfect, maar wat mij deze keer wel heel erg opviel was de beklemmende sfeer. Die is al aanwezig tijdens de eerste scène in de kleedkamer: de langzame beelden, de onheilspellende muziek... en ja, ook de naakte dames, hebben mijns inziens meerwaarde. Het voelt hierdoor gelijk echt en alsof er iets op een ongewenst moment op de loer ligt. Wat dat betreft mooi dat dit soort scènes nog in Hollywood-films konden destijds, want het voegt wel degelijk wat toe.
Sissy Spacek is wellicht in het begin af en toe wat extreem in haar acteren, maar op andere momenten slaagt ze er heel goed in om een gekweld en kwetsbaar meisje neer te zetten. Ook de beruchte ommekeer komt geslaagd uit de verf. Daarnaast natuurlijk een compliment voor Piper Laurie: wat een intimiderend personage zet ze neer, zowel tijdens de rustige als de fysieke momenten. De overige bijrollen worden ook goed ingevuld. De pestkoppen liggen er wellicht eveneens een beetje te dik bovenop, maar tegelijkertijd voelen ze niet als complete karikaturen. Ik kreeg wel de indruk naar echte middelbare scholieren te zitten kijken. Verder is het ook genieten van het verloop van de film. De opbouw naar het vernederende moment is bij vlagen zenuwslopend en erg goed gedaan. Het is knap dat de film nog zo goed weet te leveren tijdens en direct na dat moment. Het voelt allemaal tamelijk iconisch.
Echt 'eng' wil ik het niet gelijk noemen, maar wel zeer onbehaaglijk en daarmee dus gelijk een stuk enger dan het gros van wat er tegenwoordig in dit genre uitgebracht wordt. Carrie moet je kijken voor de sfeer, want die is echt fantastisch. De vorige keer zag ik het kennelijk iets nuchterder allemaal, maar ik was positief verrast door deze herziening. Verhoging met een volledige ster vind ik dan ook gepast.
Een niet al te verheffende documentaire over de manier waarop bedrijven achter social media de zaak benutten om zo veel mogelijk persoonlijke informatie te verzamelen en de vraag opwerpt of dit wel allemaal zomaar zou moeten kunnen. Er komen best interessante sprekers aan het woord en de alarmerende boodschap verdient het om besproken te worden, maar tegelijkertijd vervalt The Social Dilemma in wat kinderachtige, slecht geacteerde sketches. Bovendien geloof je het na een tijdje wel, ondanks dat de speelduur eigenlijk niet al te lang is. Niet ronduit vervelend om een keer gezien te hebben, maar ik had er stiekem wel iets meer van verwacht.
Ooit eens een stukje van op tv gezien toen ik erg jong was en het is me altijd bijgebleven als een film die ik écht een keer moest gaan zien. Ik meen me te herinneren dat ik dat fragment hilarisch vond. Sowieso heb ik altijd goed overweg gekund met werk van Will Ferrell: Anchorman, Step Brothers, Blades of Glory, Elf, Stranger Than Fiction, de Eurovision Song Contest-film... stuk voor stuk films waar hem in kan waarderen. Dikwijls is de humor heel lomp, maar ik heb me er doorgaans goed mee vermaakt.
Goede verwachtingen dus voor Land of the Lost, maar ik zou inmiddels bij god niet meer kunnen aanwijzen welk stukje dan al die jaren geleden zo veel indruk heeft gemaakt. Ik vond dit namelijk een tamelijk verschrikkelijke film. Ferrell zelf vond ik niet gelijk irritant, maar tegelijkertijd geeft het script hem mijns inziens weinig ruimte om grappig te zijn. Het lijkt alsof hij door zijn status als geleerde niet een complete halve zool mag uithangen en dus krijg je iets wat een beetje vlees noch vis is. Danny McBride werkte lange tijd meer op mijn zenuwen dan dat ik hem leuk vond en dat is niet de eerste keer, dus dat lag in de lijn der verwachting. Waar de film echter écht onderuit gaat, is bij die Chaka: een gruwelijk vervelend personage - tactisch afwezig op posters - dat werkelijk geen moment leuk is. En dan blijkt het ook niet om een cameo te gaan, maar een personage dat de rest van de film erbij gesleept wordt. Het enige lichtpuntje qua personages vond ik de rol van Anna Friel. Het is geen prestatie van wereldformaat, maar haar personage was nog enigszins te harden.
Verder heeft het wel alle ingrediënten voor een debiele Ferrell-film: slechte dino's, gore insecten en een soort alien-ras dat het heelal wil overnemen. Niks van dit alles slaat echter aan, doordat het merendeel quasi-serieus lijkt te moeten worden gebracht. Daardoor ga je je er als kijker aan storen dat zo'n T-Rex en die aliens er belabberd uitzien, terwijl me dat helemaal niks had uitgemaakt als men er op komisch vlak vol voor gegaan was. Nee, van mij hadden ze hier echt veel meer de Spaceballs kant mee mogen opgaan. Nu lijkt het bij vlagen ook gewoon voor een gemeende avonturenfilm te moeten doorgaan, maar daar is het simpelweg niet sterk genoeg voor. De obstakels zijn immers weinig boeiend en zien er ook gewoon niet uit.
Na een uur serieus overwogen om de film af te zetten, maar aangezien dat tegen mijn principes ingaat heb ik wel doorgeploeterd tot het einde. De climax en uitkomst zijn nog wel enigszins vermakelijk, maar het zorgt er niet voor dat alle eerder aangehaalde punten weggepoetst worden. Chaka is echt een ongekende en niet te onderschatten smet op deze film. Dit gedrocht van een personage haalt behoorlijk de vaart uit de film en kent tevens geen enkel leuk moment, al zijn leuke momenten sowieso veel te schaars in Land of the Lost. Ongelofelijk dat dit ook nog van Brad Silberling komt; iemand die in zijn eerdere films zowel sfeervol als komisch te werk is gegaan.